Of het aan de kleur ligt, de naam of de structuur van het gesteente, sommige zwerfsteensoorten liggen beter in de markt dan andere. Ze spreken door hun kleur meer aan of het is de zeldzaamheid van de steen. In dit geval zal het vooral de steenrode kleur van deze Oostzeeporfier zijn, die het vinden en herkennen niet moeilijk maakt. 



 

Rode Oostzeekwartsporfier, een mond vol. In plaats daarvan mag rode Oostzeeporfier ook, of rode Oostzee-paleorhyoliet,

want dat is in feite waar we mee te maken hebben. Het gesteente is

een rhyoliet en heeft de samenstelling van graniet. Rhyoliet en

kwartsporfier zijn beide vulkanische gesteenten, vandaar dat

rode Oostzeeporfier onder de vulkanieten wordt gerangschikt.

Vulkanieten noemt men bij ons ook wel uitvloeiingsgesteenten,

hoewel bij veel van deze porfieren de vlag de lading niet helemaal

dekt. Maar meer daarover hieronder.

De aanduiding rhyoliet in plaats van kwartsporfier is in de

zwerfsteenkunde niet toegestaan vanwege het feit dat

Rode Oostzeekwartsporfier een eigen naam is voor een gidsgesteente.

Hoewel ‘kwartsporfier’ verouderd is, blijft deze aanduiding bij

gidsgesteenten gehandhaafd. Overigens zou deze porfier vanwege

zijn hoge ouderdom eerder Rode Oostzee paleorhyoliet genoemd

moeten worden. Ook dat schiet niet op, want die naam past, ruim

geschreven, al evenmin op een etiketje als Rode Oostzeekwartsporfier.


 

 

Rodeoostzeeporfier_-_Groningen Rodeoostzeekwartsporfier_-_Tietjerk_Frjpg
Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Groningen. Het dichte, homogene type komt in Noord-Nederland het meest voor. De kleur van het gesteente varieert aanmerkelijk als gevolg van typeverschillen en door verwering waarbij de steenrode kleur verbleekt. Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Tietjerk (Fr.). De donkere spikkels in het gesteente zijn hoekige kwartseerstelingen. De kleine kaliveldspaatjes zijn nauwelijks zichtbaar. Soms zijn deze iets lichter of juist iets donkerder dan die van de grondmassa.

 


 

Rode Oostzeeporfier is een makkelijk herkenbare zwerfsteen.

Hier komt nog bij dat deze porfier vooral voorkomt in gezelschap van

rapakivi’s. Dat maakt dat zwerfstenen ervan vooral in het

Hondsruggebied in Noord- en Oost-Drenthe te vinden zijn. Daarbuiten

zijn ze zeldzamer.

Rode Oostzeeporfieren komen met name veel voor in de ‘rode keileem’ in het

Hondsruggebied. Dit keileemtype bevat nog meer dan de ‘grijze

keileem’  een Oostbaltisch zwerfsteengezelschap. Uit vrijwel iedere

ontsluiting komen wel enkele zwerfstenen van dit porfiertype

te voorschijn. De dichte structuur en de hardheid van het gesteente

zijn oorzaak dat de meeste stenen een kantige vorm hebben.

Alleen de randen zijn enigszins rond afgeschuurd. Rolronde Oostzeeporfieren komen hoogst zelden voor.

 


 

Rode_Oostzeeporfier_-_Ellertshaar Rodeoostzeeporfier_met_porfierinsluitsel-_Neuenkirchen_DldJPG
Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.). In het gesteente zijn behalve kleine hoekige eerstelingen van kwarts talloze, zeer kleine zwarte stipjes zichtbaar van het mineraal augiet. Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Neuenkirchen (Dld.). In de door verwering gebleekte grondmassa vallen de dieper rood gekleurde, hoekige eerstelingetjes van kaliveldspaat op. Daarnaast bevat het gesteente iets grotere hoekige insluitsels van ander gesteente. Deze insluitsels noemt men xenolieten.

 

 

Terzijde:
De uitdrukkingen ‘rode’ en ‘grijze’ keileem worden vooral in de bodemkunde

gehanteerd. Ze berusten op het typische kleurverschil van beide keilemen,

mits onverweerd. Op de hogere delen van de Hondsrug en aanpalende zandruggen

in Oost-Drenthe komen twee keileemtypen voor. De bovenste is rode keileem,

die daaronder is de grijze.


Zandstra (1974) onderscheidde op basis van kalkgehalte en zwerfsteeninhoud

een aantal keileemtypen in Midden- en Noord-Nederland. Onverweerde kalkhoudende grijze keileem heet

bij hem Noordhornkeileem. Verweerd en ontkalkt kennen we

dit keileemtype als Assenkeileem. De bovenliggende rode keileemsoort staat in

onverweerde toestand bekend als Nieuweschootkeileem, terwijl de ontkalkte

versie Emmenkeileem genoemd wordt.


In verrreweg het grootste deel van het Hondsruggebied is de keileem uitgeloogd

en verweerd, vandaar dat we voornamelijk met Emmen- en Assenkeileem te maken

hebben. In de praktijk blijkt dat beide keilemen door oxidatie meestal roestbruin

gekleurd zijn. In enkele gevallen is de kleur door reductie meer grijsgroen, veroorzaakt door een

hoge grondwaterstand. Emmenkeileem vormt op de hoogste delen van de

zandruggen langgerekte, soms geïsoleerde ‘eilanden’ op een onderlaag van

Assenkeileem. Op de flanken van de zandruggen wigt Emmenkeileem al snel uit.

Op die plaatsen komt vooral Assenkeileem voor.


 

 

Rodeoostzeeporfier_met_natuurlijk_breukvlak_-_Groningen Rodeoostzeeporfier_rood_type_-_Groningen
Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Groningen. De nauwelijks afgeschuurde breukvlakken aan Rodeoostzeeporfier maken duidelijk dat het om een dicht, hard gesteente gaat. De donkere vlek in het gesteente is een insluitsel. Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Groningen. Dieprood gekleurd, dicht type porfier. Het oppervlak is enigszins glanzend door  zandstraalwerking in de tweede helft van de laatste ijstijd. Het glanseffect noemt men windlak.

 


 

De grootte van het herkomstgebied en de preciese ligging van

Rode Oostzeeporfier is nog steeds niet in detail bekend. Zwerfsteenonderzoek heeft echter uitgewezen dat de herkomst gezocht moet

worden op de bodem van de noordoostelijke Oostzee, tussen het

rapakivigebied van Aland en het Estische eiland Hiuuma. Op die plaats bevindt zich een groot rapakivi voorkomen dat bekend staat als het Noordbaltisch rapakivimassief. Zwerfsteenonderzoek en dito inventarisaties maken meer dan waarschijnlijk dat van dit onderzeese voorkomen - nergens steken bultrotsen of kleine eilanden boven water uit - 

in de ijstijd zwerfstenen in ons land zijn terecht gekomen. Rode Oostzeeporfier maakt onderdeel uit van dit massief en Bruine Baltische kwartsporfier eveneens. Ook de zalmrode tot volrode porfierische Noordbaltische rapakivigraniet met zijn paarse fluorietvlekjes komt hoogstwaarschijnlijk van dit rapakivimassief.
 



Hoe herken ik Rode Oostzeeporfier?
Rode Oostzeeporfieren bezitten een egaal bruinrode tot baksteenrode

kleur. De grondmassa is zeer dicht. Met de loep of het binoculair zijn

geen afzonderlijke kristallen te ontdekken. Verspreid in het dichte

gesteente komen onopvallende 1-4 mm grote, meest hoekig afgeronde

veldspaateerstelingen voor. Ze hebben dezelfde kleur of zijn iets

dieper rood dan de grondmassa. Aan de buitenkant van de

zwerfstenen vallen de veldspaatjes nauwelijks op, vooral als de stenen

droog zijn. In natte toestand of indien de stenen door verwering iets

zijn verbleekt, zijn de hoekige veldspaatjes beter te zien. Verder zijn

altijd 1-5 mm grote, heldere, rookgrijze of rookbruine kwartsjes aanwezig.

Zij vormen grijze of donkere spikkels in het rode gesteente.

 


 

Rodeoostzeeporfier_detail_met_gecorrodeerde_kwartsen_-_Groningen
Rode Oostzeeporfier bezit kwartseerstelingen die door magmatische oplossing zijn gecorrodeerd. De kwartsjes vertonen incomplete vormen, uithollingen en gangetjes, die met een kleurige massa zijn gevuld. Daarnaast vormen de kwartsen vaak splinters. Ze zijn het gevolg van het vulkanisch geweld tijdens de vorming van het gesteente.


 

 

Rodeoostzeeporfier wordt in het veld nogal eens verwisseld met

Bredvadporfier. Deze porfier is afkomstig uit de Midden-Zweedse provincie

Dalarne. Bredvadporfieren bezitten ook kleine eerstelingen van kaliveldspaat,

die net als bij Rode Oostzeeporfier door hun kleur moeilijk van de grondmassa

zijn te onderscheiden. Kwartsen ontbreken echter. Bij twijfel is het daarom

zaak om met de hamer een breukvlak te slaan. De kwartsen tekenen zich

dan als donkere glasachtige vlekjes en scherfjes duidelijk af tegen de

grondmassa. Hier komt nog bij dat in Rode Oostzeeporfier eerstelingen

van plagioklaas nagenoeg ontbreken, waar die bij Bredvadporfier wel

aanwezig kunnen zijn. De aanwezigheid van kleine onopvallende kwartsjes

is een zeker kenmerk voor Rode Oostzeeporfier.

Reden om hier de verschillen tussen beide gidsgesteenten te noemen is

dat op de Hondsrug regelmatig Bredvadporfieren gevonden worden. Deze zijn

in dat geval altijd afkomstig uit grijze Assenkeileem, die behalve veel rapakivi’s ook

gidsgesteenten bevat uit Midden- en Zuid-Zweden. Een bijkomend verschil

is dat Bredvadporfieren doorgaans sterker zijn afgerond dan 

Rode Oostzeeporfier.


 

 

Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van het Balloërveld bij Rolde (Dr.). Op het verweerde breukvlak is de typisch piramidale vorm van een kwartseersteling zichtbaar. Hoge kwarts kristalliseert in de vorm van dubbelpiramides, Dit zijn twee kwartspiramides die aan hun basis vergroeid zijn en zo een kristal vormen.
Detailopname van de steen op de foto hiernaast. De afzonderlijke kristalvlakken van het kwartskristal zijn duidelijk zichtbaar. 
Rodeoostzeekwartsporfier_detail_-_Tietjerk_Frjpg Rode_Oostzeeporfier_detail-_Ellertshaar
Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.).Met pijlen zijn kwarts- en kaliveldspaateerstelingen aangegeven. Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.) Bovenaan rechts is een relatief groot geresorbeerd kwartskristal zichtbaar. De talloze zwarte stipjes zijn van augiet en chloriet.
Rodeoostzeeporfier_ignimbritisch_detail_-_Neuenkirchen_Dldjpg Rodeoostzeeporfier_ignimbritisch_met_porfierinsluitsels_-_Neuenkirchen_Dldjpg
Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Neuenkirchen (Dld.). Vrijwel iedere zwerfsteen van deze porfiersoort bevat kleine en iets grotere insluitsels van vooral basalt. De hoekige xenolieten zijn meestal omgeven door een lichtkleurige zone. Het is een reactierand die ontstond door contact met het zeer hete vulkanische materiaal eromheen.  Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Neuenkirchen (Dld.). De meeste xenolieten zijn van (paleo)basalt, die door omzetting groen of groenzwart van kleur zijn. Soms zijn de basaltische insluitsels korrelig en daardoor meer dolerietisch van karakter. Fijne diabaas komt ook voor. Daarnaast bevatten ignimbrietische typen heel vaak xenolieten van kwartsporfier. Sommige lijken veel op die van Aland.

 


 

Rodeoostzeeporfier bevat zeer weinig donkere mineralen, meestal in de

vorm van kleine vlekjes groenzwarte chloriet, eventueel met wat groene

epidoot erbij en zwarte stipjes augiet en magnetiet. Een opvallend kenmerk

zijn de vrijwel altijd aanwezige groenzwarte tot zwarte insluitsels van

fijnkorrelige basalt. De xenolieten zijn vaak omgeven door een lichtkleurige

reactierand. De basaltfragmenten werden bij het vulkanisch geweld dat met

het ontstaan van het gesteente gepaard ging in de porfier opgenomen. Ze

zijn afkomstig van oudere vulkaangesteenten. De meeste insluitsels zijn

maar een paar centimeter groot.

Behalve basaltinsluitsels zijn ook zwerfstenen gevonden met insluitsels

van andere porfieren en zelfs met fragmenten fijnkorrelige gneis of leptiet. Deze laatste zijn vaak

iets groter dan die van basalt en porfier, maar zijn net zo als deze omgeven

door een lichte kleurzone. De lichte randen rond de insluitsels zijn ontstaan

door contact met het gloeiend hete vulkanische mengsel tijdens en na de

vorming.


 

 

Rodeoostzeeporfier_met_insluitsel_-_Noordbroek_GrJPG Rodeoostzeeporfier_met_insluitsel_van_kwartsporfier_-_Noordbroek
Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Noordbroek (Gr.). De porfier is door verwering verbleekt. Opvallend zijn een drietal gesteentefragmenten van Bruine Baltische kwartsporfier.   Detail van vorige foto met een insluitsel van Bruine Baltische kwartsporfier. De xenolieten zijn afkomstig van oudere kwartsporfieren die in de directe omgeving van de Rode Oostporfier in of op de Oostzeebodem voorkomen. Al deze porfieren maken deel uit van het grote Noord-Baltische rapakivigebied dat op de Oostzeebodem, zuidoostelijk van Aland ontsloten is.
Rodeoostzeeporfier_met_kwartsinsluitsel_-_Ellertshaar_Drjpg Rodeoostzeeporfier_met_insluitsel_bruinekwartsporfier_-_Ellertshaar
Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.). Detail van een ignimbreitisch gesteentetype met een opvallend driehoekig porfierfragment. Het gesteente toont overeenkomsten met bruine Baltische kwartsporfier. Rode Oostzeeporfier, detail met een xenoliet van bruine Baltische kwartsporfier. De gelijkenis met Alandkwartsporfier is opvallend. Het voorkomen ervan in Rode Oostzeeporfier is het gevolg van het zeer explosieve karakter van de vulkanische uitbarsting waarbij deze porfier ontstond.
Rodeoostzeeporfier_met_insluitsel_van_leptiet_-_Groningen Rodeoostzeeporfier_-_Noordbroek_Grjpg
Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Groningen. Het beeld wordt gedomineerd door een onregelmatig insluitsel van leptiet, een fijnkorrelig metamorf gesteente. Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Noordbroek (Dr.) met insluitsels van basalt.


 

Kwartseerstelingen
Kwartsen zijn talrijk aanwezig. Ze zijn te herkennen als donkere,kleine

hoekige vlekjes in het gesteente. Aan de buitenkant van de zwerfstenen

kleuren ze dikwijls grijs, terwijl ze dat op het breukvlak niet zijn. De grijze

kleur is het gevolg van talloze krasjes en barstjes die de kwartsen opliepen

tijdens het afschuringsproces in het landijs. Binnenin het gesteente is de

kleur glashelder, rook- of bruin-grijs. De meeste kwartsen zijn niet groter dan 2mm.

Opvallend is dat de kwartsen gecorrodeerd zijn. Vaak zijn de hoeken van de

kristallen afgerond en vertonen ze aan de buitenkant uithollingen, gangetjes

en gaatjes, die gevuld zijn met rood materiaal. Het aangevreten uiterlijk is

het gevolg van resorptie en opsmelting. Dit werd veroorzaakt door

samenstellingsveranderingen van het oorspronkelijke magma waarin de

kwartsen kristalliseerden voordat de vulkaanuitbarsting plaats vond.

Daarnaast vond corrosie plaats doordat bij het opstijgen van het magma

in de aardkorst drukvermindering optrad. Hierdoor werd het smeltpunt van

kwarts weer bereikt, met als gevolg gedeeltelijke opsmelting. Soms resteren

van de oorspronkelijke kristallen slechts scherfjes en splinters.


 

 

Rodeoostzeeporfier_detail_gecorrodeerde_kwarts_-_Groningen
Geresorbeerd kwartskristal in Rodeoostzeeporfier - Zwerfsteen van Groningen. Het kristal vertoont talrijke gangetjes en uithollingen, die door resorptie zijn ontstaan en gevuld zijn met kleurig materiaal van de grondmassa.

 


 

Opvallend (onder de loep of binoculair) is dat de kwartsen vaak kantige

vormen bezitten. Dit duidt op hun idiomorfe karakter ofwel de eigen kristalvorm. 

Kwartsen in Rode Oostzeeporfier zijn van oorsprong hoge kwarts. Deze

kwartsvorm ontstaat bij temperaturen boven 572 graden Celsius. Idiomorfe

kwartsen komen veel voor in rapakivigesteenten. In Rode Oostzeeporfier

vormen ze ruimtelijk zeskantige dubbelpiramides, die op doorsnede zes-,

vijf-, vier-, of driehoekig zijn, afhankelijk van de hoek waaronder ze zijn

aangesneden.

Om de kwartsjes heen is doorgaans een smalle zone aanwezig die

micropegmatietisch van karakter is. Dit valt echter alleen bij flinke

vergroting te zien.



 

 

Ignimbriet?
In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, zijn rhyolieten en dus ook

Rode Oostzeekporfieren geen echte lavagesteenten. De meeste rhyolieten

ontstonden namelijk niet door stolling van lava. Toch beschouwt men deze gesteenten in

de petrologie wel als stollingsgesteenten, omdat ze er veel eigenschappen

mee gemeen hebben. Als Rode Oostzeeporfier geen echt stollingsgesteente is, wat is het dan wel?

Het dichte, gelijkmatig ontwikkelde type met zijn donkere insluitsels is als

zwerfsteen het best bekend en in de literatuur ook het best beschreven.

Daarnaast zijn in de loop van de tijd zwerfstenen gevonden van rode Oostzeeporfier die qua structuur nogal

afwijken van het meest voorkomende, homogene type. Er zijn er bij die slechts in de verte nog aan

Rode Oostzeeporfier herinneren of zo afwijkend zijn dat ze door de meeste

verzamelaars niet als een variant van deze porfier herkend worden.


 

 

Rode_Oostzeeporfier_breccieus_type_-_Ellertshaar Rode_Oostzeeporfier_breccieus_type_detail_-_Ellertshaar
Rode Oostzeeporfier (ignimbriet-breccie) - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.). Deze porfiersoort opyroklastische stromen. Afhankelijk van de samenstelling van het gloedwolkmateriaal ontstonden fijnkorrelige dichte porfiertypen naast vormen die vol zitten met insluitsels van gesteentefragmenten. De zwerfsteen op de foto is een vulkanische breccie.  Detail van vorige foto. De gesteente insluitsels zijn van een porfiertype dat nauw verwant is aan Rode Oostzeekwartsporfier
Rodeoostzeeporfier_vulkanische_conglomeraat_-_Ellertshaar Odeoostzeeporfier_vulkanische_conglomeraat_detail_-_Ellertshaar_Drjpg
Ignimbriet-breccie van Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.). Detail van vorige foto. Opvallend zijn de talrijke kleine en grote meer of minder afgeronde brokken porfier. De meeste zijn van Bruine Baltische kwartsporfier. Bijzonder is het rode fragment linksonder op de foto. Het is een fragment Rode Oostzeeporfier.

 


 

Het meest nog vinden we ignimbrietische typen met een ietwat fluïdale,

‘gelaagde’ bouw. De structuur heeft veel weg van vloeigelaagdheid. In het

gesteente komen korte maar ook bredere en langere, iets donkerder

gekleurde, golvende slierten en lenzen voor, vaak vergezeld van talloze

vreemde gesteentebrokjes. In sommige gevallen zijn de slierten (fiamme)

nauwelijks zichtbaar omdat ze vrijwel zijn geassimileerd. Daarnaast komen

ook porfieren voor die het karakter hebben van vulkanische breccies. Ze zitten

vol kleine en grotere gesteentefragmenten, vaak van porfier. Enkele van deze gesteentefragmenten

bestaan uit Rode Oostzeeporfier. Deze hebben vrijwel dezelfde rode kleur, maar

onderscheiden zich door een iets andere structuur. Tenslotte

zijn ook zwerfsteentypen gevonden die zich niet of nauwelijks onderscheiden van vulkanische

conglomeraten of dito breccies, vol als ze zitten met afgeronde en/of hoekige gesteentefragmenten

van allerlei soort.


 

 

Rodeoostzeeporfier_ignimbritish_type_-_Ellertshaar Rodeoostzeeporfier_ignimbritisch_met_fiamme_-_Ellertshaar_Drjpg
Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.). Een fraai voorbeeld van een ignimbriet met grote, langgerekte fiamme. Dit zijn platgedrukte fragmenten puimsteen die door de hitte van het ignimbrietische materiaal plastisch vervormbaar waren. Naast duidelijk tegen de grondmassa afstekende fiamme vallen in het gesteente ook talrijke ingesloten basaltische gesteentefragmenten op. De puimsteenfiamme zijn in de loop van de tijd omgezet. Ze bezitten vaak een korrelige structuur of zijn hier en daar heel fijn micropegmatietisch.
Rode_Oostzeeporfier_2a_-_Ellertshaar_Dr Rode_Oostzeeporfier_3c_-_Ellertshaar_Dr
Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.) Fraai voorbeeld van een ignimbritisch type met goed ontwikkelde fiamme. Aan de bovenzijde is een grote eersteling te zien van kwarts. Deze is afkomstig uit een ander, ouder porfiertype, wellicht Bruine Baltische kwartsporfier.  Detail van vorige foto. De ronde kwartseersteling is identiek aan die  in Alandkwartsporfier. In de kwarts zijn als gevolg van resorptie lichtkleurige vlekjes en gangetjes zichtbaar, gevuld met materiaal van de grondmassa.


 

 

Hoewel de egaal gekleurde, homogene Rode Oostzeeporfier bijna onmerkbaar

over gaat in het ignimbrietische porfiertype met fiamme, is het duidelijk dat door de grote variatie in

kleur, structuur en samenstelling van de insluitsels het uiterlijk van deze

gesteentesoort variabel is. Dit duidt erop dat Rode Oostzeeporfier in

het herkomstgebied waarschijnlijk op meer dan één plaats voorkomt. Een aanwijzing

hiervoor is de ruimtelijke verspreiding van de zwerfstenen van deze porfiersoort in

ons land en daarbuiten. Meer daarover hieronder.

Al deze verschillende verschijningsvormen zijn net als de normale Rode Oostzeeporfier

ignimbrieten. Ze ontstonden uit afzettingen van pyroklastische stromen. Deze allesverwoestende, gloeiend hete gasstromen,

bezwangerd met nog plastische magmadeeltjes, puimsteenbrokjes en

allerhande vaste gesteentefragmenten ontstaan alleen bij bijzonder

heftige vulkaanuitbarstingen. Ignimbrieten zijn van alle tijden. Rode Oostzeeporfier is meer dan 1500 miljoen jaar oud.


 

 

038 Rodeoostzeeporfier_ignimbritisch_gepolijst_-_Neuenkirchen_Dldjpg
Ignimbritische Rodeoostzeeporfier - Zwerfsteen van Neuenkirchen (Dld.). De donkere insluitsels zijn van porfier. De fiamme vormen vage, iets donkerder gekleurde vegen en strepen. Ignimbritische Rodeoostzeeporfier - Zwerfsteen van Neuenkirchen (Dld.).
Rodeoostzeeporfier_3_-_Ellertshaar_Dr Rode_Oostzeeporfier_ignimbritisch_type_-_Latum_Gldjpg
Ignimbritische Rodeoostzeeporfier - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.) Ignimbritische Rodeoostzeeporfier - Zwerfsteen van Lathum (Gld.)


 

 

Verdieping:
Magma dat rijk is aan kiezelzuur vloeit nauwelijks. Het is nog taaier dan dikke stroop. In

magma opgelost gas kan daardoor slecht ontwijken. Bij het opstijgen van het magma in

de vulkaan neemt de gasspanning zo toe dat heftige explosies het gevolg zijn. Hierbij

wordt het magma in kleine druppeltjes naar buiten geblazen, vergezeld van gestolde

huidfragmentjes van gasblazen en veel los kratergesteente. Iedereen kent van grote

vulkaanuitbarstingen wel de enorme aswolken die tot tientallen kilometers hoogte de

atmosfeer in worden geblazen.

 


 

 

Pyroklastische_stroom Fonolitische_ignimbriet_3_-_Arguineguin_Gran_Canaria
Ignimbrieten ontstaan uit het zeer hete, afgezette gesteentemateriaal van gloedwolken, ook wel pyroklastische stromen genoemd. Dit type gesteente ontstaat alleen bij zeer hevige, explosieve vulkaanuitbarstingen. Uit de recente historie zijn geen voorbeelden bekend waarbij ignimbrieten werden gevormd. Ignimbrieten ontstaan niet alleen uit granitische magma's. Er ziin ook talrijke syenitische ignimbrieten bekend. Uit het Oslogebied kunnen daarvan hier te lande zwerfstenen gevonden worden. Hierboven is een fonolitische ignimbriet afgebeeld, afkomstig van Gran Canaria (Spanje). Fonoliet is het uitvloeiingsgesteente van nefeliensyeniet.

 


 

Bij zeer hevige vulkanische uitbarstingen van kiezelzuurrijk magma ontstaan behalve

torenhoog oprijzende aswolken ook gloeiend hete mengsels van gas, stof, as,

magmadruppeltjes en grotere steenfragmenten. De dichtheid van deze stromen benadert

die van vloeistof. Het gloeiend hete materiaal raast met grote snelheid  zonder

noemenswaardige wrijving met de ondergrond langs vulkaanhellingen naar beneden,

alles op zijn weg verwoestend.

De afzettingen die uit deze lawine-achtige pyroklastische stromen ontstaan kunnen

hele valleien opvullen en soms honderden tot zelfs duizenden vierkante kilometers

landoppervlak bedekken. Door de hitte van het afgezette materiaal, deels veroorzaakt

door het verbranden van vulkanische gassen, zijn gesteentebrokjes, vooral die van

puimsteen, nog plastisch vervormbaar. Het gewicht en de hoge temperatuur van de

afzetting maakt dat het van oorsprong losse materiaal versintert tot een dicht, bikkelhard

gesteente met daarin talrijke insluitsels van vreemde gesteenten en lensvormig platgedrukte

puimsteenbrokjes.


 

 

Bordvika-ignimbriet_-_Brger_DldJPG Elfdalenporfier_-_Brodtener_Ufer_Oostzee_DldJPG
Bordvika ignimbriet - Zwerfsteen van Börger (Dld.). Dit zwerfsteentype is ook bekend onder de naam 'Drammenkwartsporfier'. De herkomst is het Oslogebied bij de stad Drammen in Zuid-Noorwegen. De vlekken zijn opgenomen gesteentefragmenten. Ignimbrieten zijn als zwerfsteen niet zeldzaam. Eigenlijk zijn de meeste kwartsporfieren ignimbrieten, alleen vertonen ze niet altijd de karakteristieke structuur met fiamme. Porfieren uit de Zweedse provincie Dalarna, vooral die uit het gebied Elfdalen, zijn de mooiste ignimbrieten die als zwerfsteen gevonden kunnen worden.


 

 

Dergelijke catastrofale vulkaanuitbarstingen die met pyroklastische stromen gepaard

gaan zijn vaak geen eenmalige gebeurtenis. Met tussenpozen worden soms hele series

ignimbrietafzettingen gevormd, van elkaar gescheiden door minder sterk versinterd,

tufachtig gesteente.

Het mag duidelijk zijn dat bij deze gesteenten het onderscheid tussen magmatisch

of sedimentair bijzonder vaag is. Ignimbrieten en tuffen passen moeilijk in de vakjes

die wij bedacht hebben.



Ongelijkmatige verspreiding

Rode Oostzeeporfier is onder zwerfstenen een gewone verschijning.

Waar veel rapakivi’s voorkomen, zijn Rode Oostzeeporfieren niet ver.

Toch komen in de verspreiding van deze zwerfstenen verschillen voor. In

bepaalde gebieden binnen ons zwerfsteenareaal vinden we vrijwel

uitsluitend het homogene, dichte type, terwijl elders ook veel

ignimbrietische vormen gevonden worden.

 

 

Heel opmerkelijk zijn de talloze vondsten van prachtige

ignimbrietische Rode Oostzeeporfieren in de oude zandzuigerij van Vos en

Zeldenrust te Ellertshaar in Midden-Drenthe. De zwerfstenen in deze groeve waren op

een enkele uitzondering na niet afkomstig uit de dunne

keileemlaag die ter plaatse aan het oppervlak ligt. Ze kwamen van

meters dieper uit de ondergrond omhoog, vergezeld van talrijke Alandrapakivi’s,

Pyterlieten, Alandgranofieren e.d.

De zwerfstenen waren vrijwel zonder uitzondering uitgeloogd en meestal

enigszins verbleekt; een aanwijzing voor een langdurig, langzaam

verweringsproces. Het zwerfsteengezelschap had een uitgesproken

Oostbaltisch karakter. Opmerkelijk was tevens het tamelijk frequente

voorkomen van witte rapakivivariëteiten uit het Vehmaagebied in

Zuidwest-Finland. Helemaal bijzonder was dat de Oostbaltische

zwerfstenen vergezeld werden door gidsgesteenten uit het Oslogebied.

Evenals in de zandzuigerij bij Zuidlaren zijn op de keienstort in Ellertshaar

in de loop van de tijd talrijke zeldzame Oslogesteenten

verzameld, waaronder veel rhombenporfieren, nordmarkieten,

ekerieten en foyaieten.

 

 

Zowel deze Oslosyenieten, de meeste rapakivi's als de ignimbrietische

Oostzeeporfieren in Ellertshaar zijn afkomstig uit een zandige grindrijke zone met veel

Scandinavische zwerfstenen. Deze laag met stenen is in het recente verleden wel geïnterpreteerd als een Hattemlaag, daterend uit het Menapien, een koudeperiode ca. 1 miljoen jaar geleden. De keienrijke laag bevat zowel stenen die door smeltwatertransport

sterk zijn afgerond, als keien die dat nauwelijks zijn. Sommige stenen zijn zelfs kantig en bezitten vlakken met duidelijke gletsjerkrassen. 

Waarschijnlijker is dat deze zwerfsteenrijke laag op grotere diepte uit het veel jongere Cromerien dateert en wel uit het Cromerien C, een glaciale periode die vooraf ging aan het Elsterien. Het front van het Scandinavische landijs

zal destijds niet veraf gelegen hebben, misschien bevond het zich wel

in Noord-Nederland of in het aangrenzende deel van Noord-Duitsland. 

 

 

In het Hondsruggebied in Oost- en Noord-Drenthe overheersen

het dichte, egaal gekleurde, homogene type Rode Oostzeeporfier. Ze komen algemeen voor. Ignimbritische typen met duidelijk ontwikkelde fiamme zijn een zeldzaamheid.


 

 

Rodeoostzee-ignimbriet_-_Neuenkirchen__Dldjpg Rodeoostzeeignimbriet_met_insluitsel_van_porfier_-_Sassnitz__Rgen_Dldjpg
Ignimbritische Rodeoostzeeporfier - Zwerfsteen van Neuenkirchen (Dld.). Ietwat gebleekt type met korte en brede fiamme. Ignimbritische Rodeoostzeeporfier- Zwerfsteen van Sassnitz, Rügen (Dld.). Het rode gesteentefragment is een insluitsel van Rodeoostzeeporfier.
Rodeoostzeeporfier_1a_-_St Rodeoostzeeporfier_1b_-_St
Ignimbritische Rodeoostzeeporfier - Zwerfsteen van Sankt Arnold (Dld.). Dat Rodeoostzeeporfieren soms een uiterlijk bezitten die slechts in de verte nog aan dit gidsgesteente doet denken, toont bovenstaande afbeelding. het gesteente is een vulkanische breccie met talrijke golvend sliertige zwarte fiamme. Het is niet onmogelijk dat dit ooit fragmenten obsidiaan waren. detail van vorige foto. Het gesteente zit vol kleine en grotere xenolieten, meest van kwartsporfier. Daarnaast zijn ook meer donker gekleurde insluitsels van basaltische samenstelling aanwezig. Deze zwerfsteen bevat ook splinters Rodeoostzeeporfier. De aanwezigheid van zoveel verschillende gesteenteinsluitsels, waaronder die van kwartsporfier, maakt duidelijk dat het gesteentevoorkomen van Rodeoostzeeporfier op en in de bodem van de noordoostelijke Oostzee complex is.

 


 

Jarenlang verzamelen op de grote keienstorten bij de zandgraverijen bij

het Duitse Emsdetten, Haddorf, Neuenkirchen en Sankt Arnold, oostelijk

van Enschede, leverden eveneens talrijke prachtige en soms heel

bijzondere ignimbrietische Rode Oostzeeporfieren op. Ze komen daar

gemengd voor met de dichte, homogene variëteit. Op de vindplaatsen in dit grensgebied blijkt

dat het gezelschap rapakivi’s anders van samenstelling is dan in het

Hondsruggebied.


 

 

Rapakivimassieven_1
Rapakivimassieven in de noordoostelijke Oostzee en in Zuidwest-Finland. Het met een gele zes gemarkeerde gebied is het onlangs ontdekte Noordbaltische rapakivimassief op de bodem van de Oostzee. Uit dit gebied komen waarschijnlijk alle varianten van rode Oostzeeporfier. 


 

 

Uit het vondstbeeld wordt duidelijk dat Rode Oostzeeporfier en de

ignimbrietische variant met fiamme afkomstig moeten zijn van verschillende

locaties binnen het hoofdverspreidingsgebied van deze porfier in de

noordoostelijke Oostzee. Insluitsels van een bruin tot bruin-rood

type kwartsporfier waaronder die van bruine Baltische kwartsporfier duiden daar op. Vermoedelijk vormt het gesteente

verspreid binnen het pas ontdekte Noordoost-Baltische rapakivimassief

verschillende ignimbrietafzettingen. Lastig is dat dit gebied nergens

ontsloten is. Het is geheel door het water van de Oostzee bedekt. Dit maakt nader

onderzoek en monstername vrijwel onmogelijk; in ieder geval ligt

dit buiten het bereik van amateurgeologen. Dit neemt echter niet weg

dat aandacht voor een bepaald zwerfsteentype bijzondere en soms

ook onverwachte varianten aan het licht brengt, waar verzamelaars

hun voordeel mee kunnen doen.

 






 

 

 
© 2010-heden Kijkeensomlaag.nl
Flag Counter