Regelmatig vinden we zwerfstenen die niet zozeer zeldzaam als wel interessant en mooi zijn. Migmatiet(gneis) is hiervan een goed voorbeeld. Migmatieten bezitten doorgaans een fraaie contrastrijke en levendige structuur met kleurige strepen, banden, plooien en vlekken in een doorgaans fijnkorreliger donkerder matrix. Ook zijn er migmatieten die opvallen door hun minerale inhoud. We hoeven maar te denken aan biotietgranaatgneis met zijn rode, soms centimeters grote granaatkristallen. Granaatgneizen zijn ook migmatieten, maar ze missen veelal de kleurigheid die talloze andere migmatieten kenmerkt. Over deze granaatmigmatieten gaat dit verhaal.

 

 

Onder zwerfstenen vormen de kristallijne gesteenten de hoofdmoot. Hiermee bedoelt men zowel stollingsgesteenten als metamorfieten. Deze gesteenten bestaan immers geheel uit kristallen. Gneis is dus net als

graniet een kristallijn gesteente, alleen is gneis metamorf en is graniet magmatisch van oorsprong. Gneizen ontstaan bij hoge druk en een verhoogde temperatuur uit andere gesteenten. Dit kunnen sedimentaire gesteenten zijn, maar ook magmatieten als graniet e.d.. Dit veranderingsproces noemt men metamorfose. Metamorfe processen vinden doorgaans plaats op grote diepte in de aardkorst. De meeste gneisgesteenten op aarde ontstaan tijdens plaatbotsingen, waarbij lange ketengebergten ontstaan. Migmatiet en ook biotietgranaatgneis zijn onder metamorfieten zgn. ultrametamorfe gesteenten, gesteenten die niet zelden op diepten van enige tientallen kilometers in de wortelregionen van gebergten ontstaan zijn. Hier heersen extreme omstandigheden waarbij vaste gesteenten plastisch vervormbaar zijn en waarbij sommige bestanddelen in gesteenten beginnen te smelten.
 

 

Hoornblendegneis - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.).

Gneis is een metamorf gesteente met een gestreept uiterlijk dat aan gelaagdheid doet denken. Gelaagdheid is echter een kenmerk van sedimentaire gesteenten. Bij gneis is sprake van schistositeit of foliatie. Dit duidt op een gerichtheid van de minerale bestanddelen. Onder hoge druk en bij een temperatuur van meer dan 600 graden zijn de minerale bestanddelen loodrecht op de drukrichting gerekristalliseerd en daardoor parallel gerangschikt. De variatie onder gneizen is enorm.

Ogengneis - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.).

Onder extreme omstandigheden ontstaan door stofuitwisseling (metasomatose) grotere kristallen in metamorfe gesteenten. In gneis zijn dit vaak oog- of tabletvormige kristallen van veldspaat. In de afgebeelde steen zijn zgn. porfyroblasten van kaliveldspaat zichtbaar. De kleinere, geelwitte kristallen zijn van plagioklaas.

Migmatiet  - Zwerfsteen van Hubertsberg (Oostzee), Dld.

Migmatiet is een ultra-metamorf, vaak opvallend geband of gestreept gesteente. De lichtkleurige delen zijn nieuwvormingen en zijn meest van granietische samenstelling. Kwarts en veldspaat zijn de voornaamste bestanddelen. De banden hebben het karakter van een stollingsgesteente. Ze worden neosoom genoemd. Neosomen zijn ingebed in een vaak donkerder gekleurde gneis (paleosoom). Het lichtkleurige materiaal waar de banden en strepen uit bestaan is door opsmelting en/of diffusie afkomstig uit de omringende grijze gneis. Silicaten als kwarts en veldspaat smelten meestal als eerste. Loopt de temperatuur verder op dan smelten ook mineralen als biotiet en hoornblende. Deze laatste vormen zwarte pitjes in de lichtkleurige banden. De smalle witte bandjes onderaan op de foto laten zien dat delen van de gneis tijdens de metamorfose door tektonische invloeden intensief geplooid zijn.

Granaatmigmatiet - Zwerfsteen van Borger (Dr.).

Het type op de foto toont een vergevorderde opsmelting van verschillende minerale bestanddelen, waardoor het typische gneiskarakter op de achtergrond is geraakt. De meest lichtkleurige delen (neosoom) in de zwerfsteen bestaan uit een kwarts/kaliveldspaatmengsel, met daarin opgenomen talrijke nieuwvormingen van rode granaat, meest in de vorm van onregelmatige aggragaten. De meer donkere, zwart-wit gekleurde delen zijn overblijfselen van de oorspronkelijke gneis, die eveneens sterk gerekristalliseerd zijn. Het lichtkleurige materiaal is veldspaat. De donkere bestanddelen bestaan uit aggregaten van biotiet en hoornblende.


 

Gneizen en ook migmatieten hebben vaak een bont uiterlijk. De samenstellende mineralen zorgen ervoor dat deze gesteenten een kleurige en/of levendige indruk maken. Een kenmerk van metamorfe gesteente is dat ze een 'gelaagd' lijken. De bestanddelen zijn in strepen, banden en vegen parallel aan elkaar gerangschikt. Dit streperige karakter noemt men foliatie. Met echte gelaagheid heeft dit niets te maken. Gelaagdheid komt alleen voor in sedimenten en in sommige magmatische gesteenten. De steperigheid bij metamorfe gesteenten ontstaat door hoge druk, diep in de aardkorst, waarbij de temperatuur ook een belangrijke rol speelt. Als gevolg hiervan worden bestaande minerale bestanddelen instabiel en vallen uiteen. Uit de bouwstenen ontstaan bij de heersende omstandigheden nieuwe mineraalcombinaties. Deze nieuwgevormde kristallen groeien het makkelijkst loodrecht op de drukrichting en zijn daardoor plat of lensvormig. Omdat dit bij alle betrokken mineralen gebeurt, veroorzaakt dit een evenwijdige gestreeptheid die karakteristiek is voor veel metamorfe gesteenten, schist en gneis voorop.

 

 

In metamorfieten vallen nieuwgevormde mineralen op door hun vorm, grootte en kleur. Onafhankelijk van hun mineralogische samenstelling noemt men deze 'pitten' metablasten. Zijn deze metablasten opvallend groter dan de korreling van de grondmassa, dan noemt men ze doorgaans porfyroblasten. Ze verlenen metamorfe gesteenten een op porfier gelijkende structuur. 

 

 

Dikwijls werken gebergtevormende krachten zo op de gesteenten in dat deze geplooid worden. De omstandigheden op grote diepte zijn zo extreem dat ook keiharde gesteenten in vaste toestand ductiel zijn en heel langzaam vervormen, zonder te breken. Geplooide gneizen en dito migmatieten vormen daardoor prachtige, kleurige gesteenten. Vooral in grote zwerfstenen vallen deze plooiingsverschijnselen op en zijn daarin vaak ook complex van structuur.

 

Geplooide migmatiet - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.).

Bijzonder in deze steen is de plooiing van de neosomen. Migmatieten ontstaan op grote diepte in de aardkorst bij zeer hoge druk en een sterk verhoogde temperatuur. Ze vormen vaak de diepliggende wortels van gebergten. Onder extreme omstandigheden kunnen door tektonische krachten vervormingen in gesteenten optreden, zonder dat deze breken. Onder dergelijke omstandigheden en bij temperaturen van meer dan 600 graden, zijn vaste gesteenten enigszins ductiel. In de steen op de foto geven de lichtgekleurde granietische neosomen (leucosomen) aan hoe intensief de vervorming is. De paleosoom is de grijze gneis eromheen. Ook die is zichtbaar sterk geplooid. De overgang van leucosoom naar paleosoom wordt op veel plaatsen gemarkeerd door een dunne zwarte zone. Dit zijn de resten van de oorspronkelijke gneis , waar veldspaat en kwarts door opsmelting uit zijn verdwenen. Deze smalle zwarte zones noemt men heel toepasselijk melanosomen.

Geplooide migmatiet - Zwerfsteen van Groningen.

In deze zwerfsteen is sprake van intensieve deformatie, waarbij het gesteente sterk geplooid is. Het is een grijze biotietgneis waarin zich smalle, onregelmatig kronkelende witte bandjes en streepjes aftekenen. Dit zijn neosomen van kaliveldspaat en kwarts. De donkerder gekleurde delen in het gesteente bestaan uit biotietgneis (paleosoom), waar door diffusie en/of opsmelting kwarts en veldspaat uit zijn verdwenen. Waar de witte neosomen zich aftekenen is het omringende gneisgesteente rijker aan zwarte biotiet dan elders in het gesteente, omdat hier kwarts en veldspaat onttrokken zijn.

 

Hoewel migmatieten een geheel eigen categorie gesteenten vormen, noemt men ze, om hun metamorfe karakter aan te geven, ook wel migmatietgneis. Ze zijn als zwerfsteen niet zeldzaam. In tegendeel zelfs. Bij iedere ontgraving in het Hondsruggebied in Drenthe, komen er zwerfstenen van te voorschijn, groot en klein. Zijn de stenen na een tijdje schoongeregend dan wedijveren migmatieten door hun kleurwisselingen, banden, plooien en vegen met andere zwerfstenen om de aandacht.  Hier komt nog bij dat ze door hun bijzondere ontstaanswijze boeiende exponenten zijn in de kringloop van gesteenten.


 

Granaatglimmergneis - Zwerfsteen van Borger (Dr.).

Het merendeel van de zwerfstenen van granaatglimmergneis is grijsachtig van kleur met daarin een wisselend aantal porfyroblasten van granaatkristallen.  De grootte van deze nieuwgevormde mineralen loopt zeer uiteen. Hoewel migmatiet, zijn deze gesteenten door hun oorsprong als sedimentair gesteente zgn. paragneizen.  Het migmatietische karakter blijkt uit de parallel gerangschikte iets lichter gekleurde strepen en banden (neosomen), die zich onderscheiden van de iets donkerder biotietgneis eromheen (paleosoom). De neosoom bestaat uit een kwarts/veldspaatmengsel met daarin opvallend grote porfyroblasten van rode granaat. Verder komen in het gesteente kleine grijsblauwe korrels voor van cordieriet.

Detail van de foto hiernaast.

De merendeels idiomorfe granaten komen vooral voor in de korrelig verweerde witte leucosomen. Deze bestaan uit een fijnkorrelig mengsel van voornamelijk kaliveldspaat en kwarts. Sommige granaten zijn als gevolg van omzetting omgeven door een smalle donkere rand van waarschijnlijk chloriet. Ruimtelijk vormt chloriet een dunne mantel om de ronde granaten.


 

Door hun variabele kleur en structuur is geen migmatiet hetzelfde. In de vaste rots blijkt dit heel snel. Structuur en kleur wisselen haast per meter. Desondanks kunnen op grond van structuurovereenkomsten een aantal

typen migmatiet onderscheiden worden. Juist vanwege hun kleurschakeringen en sterk wisselende

structuur bezittern ze een levende tekening. het hoeft daarom niet te verbazen dat migmatieten al jaren veel gevraagde natuursteensoorten zijn. Kwalitatief doen ze niet onder voor bekendere magmatische natuursteensoorten.
 

 

Migmatietgneis is de laatste jaren in de natuursteenhandel erg populair geworden. Van over de hele wereld worden allerlei soorten en typen geïmporteerd. Het gesteente bezit kwaliteiten die niet onder doen voor andere, steviger geachte, gesteentesoorten als graniet en gabbro. In de migmatiet op de foto voorbeeld wisselen leukosomen en dunne donkere melanosomen en paleosoom elkaar af. Ook is goed zichtbaar dat het gesteente tijdens de metamorfose tektonisch geplooid is.

In gepolijste vorm worden vooral sterk gerekristalliseerde, levendig getekende migmatietgneizen voor grafmonumenten, aanrechten en als gevelbekleding gebruikt. Hoewel het gneisachtig karakter nog duidelijk zichtbaar is, zijn de oorspronkelijke mineralen vrijwel alle gerekristalliseerd. Veldspaat (kaliveldspaat en plagioklaas) en kwarts vormen het hoofdbestanddeel. Hierdoor ontstaat een gesteente dat qua samenstelling aan graniet doet denken, maar nog duidelijk zijn gneisachtige karakter verraadt. Dergelijke migmatieten noemt men in de petrografie wel nebuliet ( van 'nebula = mist).


 

 

Migmatieten zijn, zoals hierboven al even aangestipt, ultra metamorfe gesteenten die onder zeer hoge, gerichte druk

en bij een sterk verhoogde temperatuur uit andere gesteenten zijn

ontstaan. De heersende druk- en temperatuursomstandigheden kunnen daarbij zo extreem zijn

dat sommige minerale bestanddelen gaan opsmelten, kaliveldspaat en kwarts het eerst. Het gesmolten silicaatmengsel wordt over korte afstand langs schistositeitsvlakken verplaatst en kristalliseert daar of het migreert verder en wordt onder hoge druk in aanwezige scheuren of spleten van het omringende gesteente geperst. Het gesmolten gesteentemengsel kristalliseert vervolgens weer uit, waardoor smalle en bredere granietachtige

banden, strepen en/of vlekken ontstaan. Deze nieuwvormingen noemt men neosomen.

Neosomen tekenen zich door hun afwijkende korreling en lichtere kleur duidelijk af

tegen de meestal iets donkerder gekleurde gneis (= paleosoom). Niet helemaal duidelijk is of deze

nieuwvormingen altijd via opsmelting en kristallisatie plaats vinden of

dat hetzelfde effect ook optreedt als gevolg van langzame stofuitwisseling via microporiën in vaste

toestand (metasomatose). Waarschijnlijk spelen beide processen een rol. 
 

Migmatiet - Zwerfsteen van Sassnitz, Rügen, Dld.

Een groot deel van deze steen wordt ingenomen door lichter gekleurde granietische leucosomen. Deze worden van elkaar gescheiden door smalle, zwarte melanosomen, die rijk aan biotiet zijn. Het ietwat slingerende onregelmatige verloop van de leucosomen is kenmerkend voor migmatieten met een zgn. schlierenstructuur. 

Västervik vlekkengneis - Zwerfsteen van Ees (Dr.).

Dit gesteente is een migmatiet en tegelijk ook een bekend gidsgesteente. Het is een van de weinige voorbeelden van een metamorf gesteente dat vanwege de karakteristieke structuur een geschikt gidsgesteente vormt. Västervik vlekkengneis komt voor aan de zuidoostkust van Zweden bij de plaats Västervik. De oranje vlekken zijn nieuwvormingen die door metasomatose in het fijnkorrelige gneisgesteente zijn ontstaan. De vlekken vormen de leucosomen. Ze bestaan voornamelijk uit kaliveldspaat en kwarts. De donkere kern (melanosoom) bevat veel biotiet. Het gesteente is van oorsprong een zandig sedimentair gesteente dat waarschijnlijk in de nabijheid van een granietintrusie is gemetamorfoseerd.


Afhankelijk van de oorspronkelijke samenstelling van het uitgangsgesteente en van de druk- en temperatuuromstandigheden op grote diepte ontstaan heel langzaam volkomen nieuwe, soms exotische mineralen. In granaatglimmergneis, dat feitelijk ook een migmatiet is, zien we dit heel fraai gedemonstreerd. Een van de meest voorkomende nieuw gevormde mineralen is, naast veldspaat en kwarts, granaat. Granaat ontstaat als reactieproduct uit een aantal andere mineralen. Nu zijn

er talloze soorten granaat bekend, maar de granaten die in zwerfstenen van

granaatgneis voorkomen zijn, afhankelijk van het ijzergehalte, bruinrode almandien of paarsrode pyroop. Of we in granaatgneizen met de een of de andere soort granaat te maken hebben, is met het blote oog helaas niet uit te maken. De kleur is niet doorslaggevend.


 

 

Kinzigiet_4 Kinzigiet_2

Granaatglimmergneis (granaatmigmatiet) -  Zwerfsteen van Borger, Dr.

Lichtkleurige granietische nieuwvormingen  (leucosomen) tekenen zich duidelijk af tegen de donkerder, meer biotietrijke gneisgedeelten (paleosoom). Zowel in leucosoom als paleosoom komen porfyroblasten voor van granaat.

In de biotietrijke, gneisachtige paleosoom, waarvan de meest donkere strepen en banden melanosomen van biotiet zijn, zijn de granaatporfyroblasten amandelvormig en parallel aan elkaar in de schistositeit opgenomen. Granaten die voorkomen in de lichtkleurige granietische leucosomen, zijn meest idiomorf.

Het grillige sliertige karakter van de granaatgneis duidt op deformatie als gevolg van schuifspanningen. De granaatporfyroblasten zijn als gevolg hiervan gedeformeerd en onregelmatig van vorm. Onderaan is een brede pegmatietische zone zichtbaar bestaande uit kaliveldspaat, plagioklaas, kwarts. Het mineraal cordieriet vormt onduidelijke korrels en is grijsblauw van kleur.

Concentratie van idiomorfe, rondachtige granaten. De kristallen komen voor in een veldspaat/kwarts leucosoom die ontstaan is door opsmelting gevolgd door kristallisatie. De granaten in de donkerder paleosoom zijn amandelvormige porfyroblasten. Boven de witte leucosoom met granaten is een smalle, ietwat diffuse, biotietrijke melanosoom zichtbaar.

Granaatglimmergneis - Zwerfsteen van Borger (Dr.).

In de lichtkleurige leucosomen komen grote porfyroblasten voor van granaat. De leucosomen zelf bestaan uit een granietisch mengsel van kaliveldspaat, plagioklaas, kwarts en biotiet. De grijze paleosoom bestaat uit een fijnkorrelig massa bestaande uit kaliveldspaat, plagioklaas en kwarts met daartussen veel zwarte biotiet. De donkere strepen in het gesteente zijn melanosomen, die overbleven nadat vrijwel alle veldspaat en kwarts door opsmelting daaruit verdwenen was.

Granaatglimmergneis - Zwerfsteen van Borger (Dr.).

De grote porfyroblasten van rode granaat zijn deels omgeven door een donkere rand. Het zwartgroene mineraal is vermoedelijk chloriet, misschien deels ook amfibool.  De aanwezigheid hiervan duidt op een langzaam omzettingsproces van de granaten.

 


 

 

Granaten vormen in granaatglimmergneis dikwijls centimeters grote porfyroblasten. Veelal zijn deze rondachtig of amandelvormig. Rondachtige kristallen benaderen meest de eigen vorm van granaat. Deze zijn dus idiomorf. Idiomorfe kristallen zijn vooral aanwezig in richtinglooskorrelige neosomen van kwarts en veldspaat, die door kristallisatie uit gesmolten materiaal zijn ontstaan. Opzij van deze neosomen zijn de granaten meest amandel- of oogvormig. Niet zelden zijn kristallen ervan in de buurt van schuifzones sterk gedeformeerd en gebroken geraakt. In zwerfstenen vinden we daar fraaie voorbeelden van. Ook vormen granaten niet zelden enigszins vormloze aggregaten.

 

Granaatporfyroblasten tekenen zich door hun roodachtige kleur

vooral in verweerde granaatgneis duidelijk af. Omdat deze ultra-metamorfe

gesteenten meestal ook een aanzienlijk percentage zwarte glimmer (biotiet) bevatten, noemt men

deze gesteenten in de zwerfsteenkunde regelmatig biotietgranaatgneis en/of granaatglimmergneis. Het zijn zogenaamde paragneizen, omdat deze metamorfietenuit sedimentaire gesteenten zijn ontstaan.
 

 

Granaatglimmergneis - Zwerfsteen van Zuidlaren (Dr.).

Deze grijze, glimmerrijke migmatiet bevat in het midden van de foto een opvallend grote porfyroblast van rode granaat. 

Granaatmigmatiet met sillimaniet - Zwerfsteen van Tensfeld (Dld.).

Op de foto is een randfragment van een zeer grote glimmer- en granaatrijke migmatiet afgebeeld met verspreid grotere en kleinere pegmatietische leucosomen van kaliveldspaat en enige kwarts. Opvallend op de foto zijn de grote porfyroblasten van rode granaat. Naast granaat is in het gesteente veel grijze vezelige, zijdeachtig glanzende sillimaniet aanwezig. Het mineraal vormt een smalle grijze zone aan de bovenkant van de granaat linksonder op de foto, maar is verder in het gesteente ook veel aanwezig.

Migmatietgneis met grote, onregelmatige gevormde granaatporfyroblasten - Zwerfsteen van Borger (Dr.). 

Detailbeeld van de foto hiernaast.

De granaten zijn niet fraai van vorm. Na de vorming werd het migmatietische gesteente aan tektonische spanningen blootgesteld, waardoor het gedeformeerd werd. De granaatporfyroblasten tonen duidelijk de gevolgen hiervan. Ze zijn danig vervormd. De grijze tussenmassa is migmatietisch van aard. De matrix smeert zich a.h.w. om de grote granaten heen. Het donkere bestanddeel is biotiet. De overige mineralen bestaan vooral uit kwarts en veldspaat (kaliveldspaat en plagioklaas). De grijsblauwe mineraalkorrels zijn van cordieriet.

Migmatietgneis met talrijke idiomorfe granaten - Zwerfsteen van Haddorf (Dld.).

Detail van de steen hiernaast. De leucosoom bestaat uit kaliveldspaat, plagioklaas en enige kwarts. Deze wordt omgeven door een donkere massa tamelijk grofkorrelige biotietpakketjes. De grote concentratie van ronde, idiomorfe granaten wordt omgeven door voornamelijk biotiet.


 

Granaatmigmatieten zijn als zwerfsteen niet erg zeldzaam, zeker niet in het Hondsruggebied. Bij graafwerkzaamheden komen soms grote zwerfstenen van dit type te voorschijn, een enkele keer met granaatporfyroblasten die tot 10cm groot zijn. Dit zijn echter uitzonderingen. Van metamorfe gesteenten is de herkomst op een paar uitzonderingen na niet te achterhalen. De zwerfstenen die in het Hondsruggebied gevonden worden komen hoogstwaarschijnlijk uit de noordoostelijke Oostzee, Zuidwest-Finland en Noord-Zweden, inclusief Botnische Golf. De bekende Sormlandmigmatietgneis, ook een grijsachtige biotietgranaatgneis, is afkomstig uit de buurt van Stockholm. Deze bevat echter weinig of geen kwarts. De typen die in het Hondsruggebied gevonden worden zijn kwartshoudend. In vrijwel al deze granaatmigmatieten komt naast granaat ook in wisselende hoeveelheden blauwgrijze cordieriet voor en regelmatig ook zilverachtig glinsterende aggregaten van naaldvormige sillimaniet.
 

 

Migmatietgneis met granaten - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.).

De lichtkleurige neosoom (leucosoom) is tamelijk scherp gescheiden van de donkere melanosoom, die uit biotiet bestaat. De leucosoom zelf bestaat uit grofkorrelige graniet dat enigermate pegmatietisch ontwikkeld is. Veruit de meeste granaten bevinden zich in dit lichtkleurig gedeelte. De granaten zijn rondachtig en idiomorf. 

Een deel van de zwerfsteen van Ellertshaar bestaat uit een leucosomatisch gedeelte, die onderaan uitgesproken pegmatietisch ontwikkeld is. Opvallend zijn de grote porfyroblasten van idiomorfe rode granaat. Het grootste exemplaar meet ca. 2cm. Boven de zone met grote granaten zijn veel witachtige vlekjes zichtbaar. Het zijn metablasten van kaliveldspaat. De geelwitte vlek daarboven bestaat weer uit een granietische leucosoom, omgeven door relatief grote kristallen van zwarte biotiet. Dat in dit gesteente nieuwgevormde kristallen van biotiet aanwezig zijn betekent dat de temperatuur tijdens de metamorfose hoger moet geweest dan 600 graden.

Detail van de foto hiernaast met grote idiomorfe granaten. Naar de kleur te oordelen zouden deze granaten van almandien moeten zijn. Pyropen zijn immers meer paarsrose van kleur.... Helaas is aan de kleur niet te zeggen met welke soort granaat we te maken hebben. Het hangt van het ijzergehalte af.

Granaatmigmatiet - Zwerfsteen van Sassnitz, Rügen (Dld.).

Migmatieten met porfyroblasten van rode granaat kunnen na hun vorming blootgesteld worden aan verdere deformatie door tektonische krachten. In de steen op de foto is sprake van mylonietisatie, een gedeeltelijke vermaling van gesteentebestanddelen. De sterk gedeformeerde matrix smeert zich om de eveneens verbrijzelde en omgezette granaten. Merkwaardig in het gesteente zijn een aantal elementen die aan gesteenteklasten doen denken, die door metamorfose zowel van vorm als van samenstelling zijn veranderd. Kwarts is weinig aanwezig. Cordieriet vormt grijsblauwe korrels in het gesteente.

Biotiethoornblendegneis met porfyroblasten van granaat - Zwerfsteen van Hohenfelde (Dld.).

De aanwezigheid van lichte vlekken van kaliveldspaat en kwarts vergezeld van een aantal porfyroblasten van granaat maakt duidelijk dat dat we hier ook met een migmatiet te maken hebben. De lichtkleurige delen zijn leucosomen van kwarts en veldspaat. De donkere bestanddelen bestaan hoofdzakelijk uit zwarte biotiet en hoornblende. In het gesteente is verder ook nog zijdeglanzende sillimaniet aanwezig.

Migmatiet met granaten - Zwerfsteen van Borger (Dr.). Op de foto is een lensvormige leucosoom aanwezig, bestaande uit granietisch materiaal met daarin opgenomen een groot aantal deels idiomorfe granaten.

Migmatiet met granaatporfyroblasten - Zwerfsteen van Borger (Dr.).

Op het breukvlak vormen rode granaten vaak fraaie kristallen, die duidelijk tegen de grondmassa afsteken. Granaten bevatten een wisselend percentage ijzer. Dat is te merken aan de buitenzijde van zwerfstenen. Grote en klein roestvlekken verraden de aanwezigheid van dit mineraal.

 

 
 

 

 


 



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 





 

 

 

 
© 2010-heden Kijkeensomlaag.nl
Flag Counter