Het verzamelen van zwerfstenen is een spannende bezigheid. Je weet van tevoren nooit wat je tijdens het zoeken zult vinden. Vroeg of laat komt iedere verzamelaar wel een bijzonder kei tegen die zich onderscheid door zijn zeldzaamheid of door zijn bijzondere mineralogische samenstelling. Soms betreft het dan ook nog een zwerfsteensoort die nog niet eerder in ons land herkend is. 

 

 

De fase vóór de inrichting van de Keientuin was er een waarin zwerfkeien verzameld werden.

Met vrachtwagens tegelijk werden

ze in de zomer van 2009 uit verschillende delen van Drenthe

aangevoerd en opzij van de Bronnegerstraat op een grasstrook

gekieperd. Na enige tijd lagen daar duizenden zwerfstenen, waarbij

vooral de grote exemplaren opvielen. Regenbuien maakten het werk

af. Het vuil spoelde van de stenen waardoor de ware aard van de

stenen tevoorschijn kwam.

 


 

 

Granaatcoroniet_2



Fragment van degrote granaatcoroniet uit de Keientuin van Borger.

Maatstreep = 1cm

 

 

 

Eén steen viel op door zijn afwijkende, donkere kleur en het feit

dat hij aan het afschilferen was. Met een zakmes kon heel

gemakkelijk een kleine centimeter dikke buitenlaag van de steen

gepeuterd worden. Ongewoon bij zwerfstenen. De steen was flink

afgerond en groot ook, zo’n 60 cm in doorsnede en loodzwaar

(ca. 270kg). Onder de loep viel onmiddellijk de bijzondere

samenstelling op. Er waren naast veel zwartgroene en grijsachtig

witte mineraalkorrels bijzonder veel roodachtige granaatkorreltjes

te zien. Granaat is een mineraalsoort dat harder is dan kwarts,

per definitie een eigenschap van edelstenen. Alleen zijn de

granaatkorreltjes hier wel erg klein om van edelstenen te spreken.

 

 

De combinatie van zwartgroene hoornblende, grijswitte plagioklaas-

veldspaat en rode granaat doet onmiddellijk denken aan een

betrekkelijk algemeen zwerfsteentype dat bekend staat als

granaatamfiboliet. Dit gesteente is zwart met wit van kleur, vaak

enigszins gestreept, waarin meer of minder talrijk aanwezige, donkerrode

granaten opvallen. De variatie onder deze donker gekleurde gesteenten

is bijzonder groot, vandaar ook dat je vrijwel nooit een identiek

exemplaar vindt.

 

 

Aan een bepaald type gesteente doen denken is één ding, een tweede is dat

structuur en samenstelling daarmee in overeenstemming moeten

zijn. En dat was met onderhavige steen niet het geval. Van enige

streping van de minerale bestanddelen is geen sprake. Het

gesteente is bovendien kleinkorrelig en uitermate homogeen

ontwikkeld. Duidelijk was dat de kei geen granaatamfiboliet kon zijn.

 

 

 

 

coroniet_detail_2



Detail. De plagioklaas vormt de grijze vlekken.

Het groenzwarte mineraal is voornamelijk hoornblende met in de

kern pyroxeen (augiet). Het roodachtige mineraal in de steen is

granaat. Maatstreep = 1cm.

 
 

 

Onder de loep valt op dat de granaatkorreltjes (< 1mm) 

vaag begrensde, smalle kransjes om de andere mineralen vormen, in dit geval

om de vleksgewijs verspreide, zeer onregelmatig begrensde

plagioklaas en zwart-groene hoornblende. Dat is niet alleen bijzonder,

het is zelfs karakteristiek bij een paar soorten gesteente. Gesteenten

met een structuur waarbij de granaat corona’s om andere mineralen

vormt, noemt men coronieten. In alle gevallen gaat het daarbij om

zgn. mafische gesteenten, d.w.z. ijzer- en magnesiumrijke gesteenten en vaak zwartachtig of zwartgrijs

van kleur zijn.

 

 
 

 

coroniet_detail_1



Detail, sterk vergroot. Goed is te zien dat de plagioklaas uit

een opeenhoping van kleine kristalletjes bestaat. De kleine

granaatjes liggen meer of minder kransvormig eromheen.

Beeldbreedte 5mm.

 

 

 

In dit geval waarbij de granaatkorrels ruimtelijk gezien kransen

om de andere mineralen vormen, spreekt men van coronieten.

Zijn dezelfde bestanddelen daarentegen heel gelijkmatig in het

gesteente verdeeld dan hebben we met een mafische granuliet te maken. In

beide gevallen zijn het kleinkorrelige gesteenten, waarbij de

mineraalkorrels vrijwel nooit groter zijn dan 5mm. Mafische,

granaathoudende granulieten en granaatcoronieten gaan geleidelijk

in elkaar over. Beide zijn van metamorfe oorsprong en onder hoge

druk en temperatuur diep in de aardkorst uit andere gesteenten

ontstaan.

 

 

De granaatcoroniet in de Keientuin bestaat voornamelijk uit vier

mineralen: rode granaat, witte plagioklaas en zwartgroene

hoornblende en augiet (pyroxeen). Tussen deze mineralen zijn nog

korreltjes zwart ijzererts (magnetiet) te zien. Hoewel het gehalte

aan hoornblende in deze coronieten erg wisselend is, is dit mineraal niet makkelijk van pyroxeen te onderscheiden. Vaak vormt 

hoornblende een smalle zone aan de buitenkant van de donkere aggregaten en bevindt de meer grijsachtige augiet (pyroxeen)

zich in het midden ervan.

 

 

De buitenkant ziet de steen ziet er grijsachtig, donker gevlekt uit,

met een enigszins bruinachtige kleurzweem die aan roestvorming

doet denken. Deze lichte ‘roestkleur’ wordt veroorzaakt door de vele

honderden granaatkorreltjes. Maar roest is zeker aanwezig. Sterker

nog, roestvorming is verantwoordelijk voor het oppervlakkig afschilferen

van de steen. Het ijzer komt vrij door het verweren van 

augiet en hoornblende, waarbij de gevormde limoniet op de overgang

van het verweerde en niet verweerde deel van het gesteente is afzet.

De buitenste verweerde laag van het gesteente wordt hierdoor naar

buiten gedrukt.

 

 

Granaatcoroniet en mafische granuliet ontstaan onder

extreme omstandigheden, diep in de aardkorst. Zeer hoge druk en hoge

temperaturen maken dat de minerale bestanddelen niet langer stabiel

zijn waardoor er nieuwe mineraalcombinaties ontstaan. Zo kan zich uit

augiet jadeiet vormen, een hogedruk vorm van pyroxeen. In heel

extreme situaties waarbij druk en temperatuur blijven toenemen,

ontstaat nog een andere pyroxeensoort, nl. het doorgaans fraai groene

omfaciet. Samen met granaat krijgen we dan het gesteente eclogiet,

het zwaarste gesteente op aarde. Hierbij ontstaat granaat als

reactieproduct door het uiteenvallen van de plagioklaas en de

omvorming van de ene pyroxeensoort in de andere. Vaak ontstaat

daarbij ook nog enige kwarts.

 

 

Het omgekeerde proces kan echter ook plaats vinden. Een langzaam

afnemende druk, doordat bijvoorbeeld het grondgebergte langzaam in

de aardkorst omhoog komt, zorgt ervoor dat de bestaande mineralen

opnieuw instabiel worden. Mineralen als plagioklaas en hoornblende

nemen dan de plaats in van hun voorgangers. Hoornblende vormt zich

uit pyroxeen.  Hierbij is de aanwezigheid van water essentieel.

Afhankelijk of dit in ruime dan wel zeer beperkte mate aanwezig is,

is vorming van de hoeveelheid hoornblende meer of minder.

 

 

Ook de mate van drukvermindering speelt bij de omzetting van de

minerale bestanddelen een belangrijke rol. Het duidelijkst wordt dit

gedemonstreerd in gesteenten met diamanten.

 

Zoals bekend komen de meeste diamanten voor in het gesteente

kimberliet, in toevoerkanalen van al lang verdwenen vulkanen. Deze

zeer oude, vulkanische gesteenten zijn destijds met grote snelheid

vanuit diepten van omstreeks 160 km en meer, richting

aardoppervlak geperst. Ondanks de teruglopende druk was de tijd te

kort om diamanten om te vormen in zwarte koolstofkorrels.

 

Dat laatste is wel gebeurd in het zware, groenzwarte mantelgesteente

periodiet, dat voorkomt in Serrania de Ronda, in het zuiden van Spanje

en ook aan de overzijde in Marokko. In het peridotietgesteente zitten plaatselijk

duizenden zwarte vlekjes, die allemaal ooit diamanten waren. Het

gesteente in Zuid-Spanje is in de loop van de tijd heel langzaam in de

aardkorst opgestegen. Door de geleidelijke drukvermindering die daarmee

gepaard ging, zijn alle diamanten in donkere koolstof omgezet. Jammer,

maar geologische processen kunnen hard zijn. Voor de mens dan.

 
 

 

 

Coronietkaart



De rode stippen geven het herkomstgebied van de granaatcoroniet

van Borger aan.

 

 

 

Hoewel niet helemaal terecht, kan de granaatcoroniet uit de Keientuin

min of meer als een gidsgesteente worden beschouwd. De herkomst is

Zuid-Zweden. Ten zuidwesten van het Vänernmeer ligt een NO-ZW

gericht gebied met metamorfe, granulietische gesteenten ter grootte van

zo’n 60 bij 30 km. Mafische granuliet en granaatcoroniet vormen

daarbinnen talrijke kleine voorkomens. 

 

 

Andere voorkomens van granaatcoronietische gesteenten zijn er

weinig. In Zuid-Noorwegen komen in het Bamble-gebied verspreid

(granaat)coronitische gabbro’s voor. Deze lijken echter niet op de

granaatcoronieten uit Zuid-Zweden.
 

 

 

Granaatgranuliet_-_Ellertshaar



Mafische granuliet van Ellertshaar (Dr.). Maatstreep =1cm.

 

 
 

Een zo mogelijk nog fraaier exemplaar, maar wel 

veel kleiner, is opgeraapt in de zandzuigerij bij Ellertshaar. Het

gesteente is ook meer granulietisch dan coronitisch van structuur.

Bovendien is veel meer pyroxeen dan hoornblende aanwezig.

Reden waardoor het gesteente meer grijsgroener van kleur is.

 

 

 

© 2010-heden Kijkeensomlaag.nl
Flag Counter