Vuursteen behoeft nauwelijks introductie. Bijna iedereen, kinderen voorop, hebben op bospaden, in zandverstuivingen of op het heideveld vuursteentjes opgeraapt. De glimmende steentjes zijn voor jong en oud onweerstaanbaar, waarschijnlijk ook omdat ze met het maken van vuur in verband gebracht worden. De steentjes voelen zacht aan, bezitten een aantrekkelijke kleur en glimmen vaak alsof ze gelakt zijn. Bovendien kun je er fossielen in vinden.

 
 

 

Vuursteen is keihard, glasachtig bijna en ogenschijnlijk niet kapot te

krijgen. Toch voldoet vuursteen niet aan de definitie wat in de geologie eigenlijk onder gesteente wordt

verstaan. Vuursteen vormt namelijk geen rotsen en al helemaal geen

heuvels of bergen. Hoe het dan wel voorkomt? gewoon als keiharde concreties in kalk- en

krijtgesteenten in de vorm van onregelmatige knollen, pijpen, lagen en platen.

 

 

Het bekendst is vuursteen uit de witte krijtrotsen langs de kanaalkusten

van Engeland en Frankrijk. De stranden liggen er vol mee. Ook

komt vuursteen veel voor in de 'mergel' van de St. Pietersberg in

Zuid-Limburg en aangrenzend België. Dat mergel tussen aanhalingstekens is geplaatst, is omdat het helemaal geen sprake is van mergel . De kalksteen bij Maastricht is een zeer zuivere kalksteen. De toeristisch zeer bekende 'Mergelroute' in Zuid-Limburg getuigt van onbegrip bij de communicatieburea's die dit concept bedacht hebben. Deze misser is te vergelijken met de leisteen, die samen met de steenkool uit de mijnen in Zuid-Limburg tot begin jaren zestig van de vorige eeuw naar boven kwam. Ouderen onder ons zullen zich kunnen herinneren dat zij dit in allerlei aardrijkskundeboekjes uit die tijd konden lezen: Limburgse leisteen, die op steenbergen werd gestort en waar je prachtige plantenfossielen in kon vinden. Deze 'leisteen' was gewoon sterk samengeperste kleisteen. Het scheelt weliswaar maar één letter, maar vormt een wereld van verschil.

 

Vuursteenknollen komen bij duizenden naast en boven elkaar in krijtgesteenten voor. De lagen vuursteenknollen liggen doorgaans vrij dicht op elkaar en trekken donkere strepen in het witte gesteente, op een wijze alsof zij met een lineaal getrokken zijn. Deze rijkdom aan vuursteen vertaalt zich ook aan het oppervlak in delen van Zuid-Limburg waar miljoenen losse vuurstenen een verweringsresidu vormen.

Het hoeft niet te verbazen dat in grind dat door de Maas is afgezet, veel vuurstenen voorkomen.
 

 

 

Vuusteen_met_windlak_-_Norg Vuursteen_-_Hoge_VeldBunne
Veel vuurstenen bezitten een opvallende glans. Windlak noemt men die. Het lijkt alsof de stenen gelakt zijn. Het gladde oppervlak is veroorzaakt door verstuivend zand in de laatste ijstijd, dat het oppervlak van vuurstenen zandstraalde en polijstte. Elke botsing met een verwaaid zandkorreltje veroorzaakte een klein krasje. Als dit lang achtereen voortduurt vertonen vuurstenen op den duur een lakglans. Vuurstenen uit keileem missen de typische lakglans. Op plaatsen waar vuurstenen in de laatste ijstijd bloot stonden aan de zandstraalwerking van verstuivende zandkorrels bezit het oppervlak een glans die aan vernis doet denken.

 


 

Als noordelijk zwerfsteen is vuursteen bijzonder talrijk. Het is

ongetwijfeld het meest voorkomende zwerfsteentype. Dit ligt

vooral aan een van zijn vele eigenschappen. Vuursteen is

weliswaar hard, maar is tegelijk ook bros. Vuursteenknollen zijn

vrij gemakkelijk met de hamer te verbrijzelen. Daarbij ontstaan

talloze scherven en brokken met vlijmscherpe randen. Het

splinterige karakter van vuursteen maakt dat men het gesteente

met de nodige voorzorg moet behandelen. Met een hamer zomaar

vuurstenen doorslaan is niet zonder risico. Kleine splinters kunnen makkelijk

in de huid dringen of erger, ogen beschadigen.

 

Veel vuurstenen in Drenthe zijn door ijstransport en vooral

door vorstwerking in talrijke fragmenten gebroken. Een vuursteenknol

kan dus tientallen en meer scherven en dus ook zwerfstenen opleveren.

Dit is veelal het geval met vuurstenen die we in Drenthe aantreffen. De vuurstenen

die we oprapen zijn vrijwel altijd scherven en splinters van grotere knollen. Gave

onbeschadigde vuursteenknollen komen weinig voor.
 

 

 

Vuursteen_zeeleeuw_-_Horne_Neas_Fnen_Den Vuursteen_-_Lieveren
Vuursteenknollen bezitten soms vormen die aan dieren doet denken, maar meer ook niet. Het is een toevallige gelijkenis. Op de foto hierboven is een vuursteenknol afgebeeld van het strand van Horne Naes op Fünen in Denemarken, die aan een zeeleeuw doet denken. Vuursteen is glasachtig dicht. Door verwering krijgen vuurstenen een witachtig/blauwe kleur, doordat het licht in de microporiën van de vuursteen verstrooid wordt. Dit verschijnsel bij vuurstenen noemt men patina. 
Vuursteen_met_vorstplijtingsscheuren_-_NorgDrjpg Falstervuursteen_-_Hoge_Veld_Bunne
In de ondiepe bodem en aan het oppervlak zijn vuurstenen blootgesteldaan weer en wind. Vorst veroorzaakt spanningen in het gesteente, die tot barsten en kleine scheurtjes leiden, die nauwelijks of niet te zien zijn. De prehistorische mens werd met deze mankementen geconfronteerd als hij werktuigen uit vuursteen wilde vervaardigen. Voor grote werktuigen waren onze vuurstenen veelal niet geschikt. Van de meeste vuurstenen is niet te zeggen waar ze precies vandaan komen. Sommige echter bezitten kenmerken die een herkomstduiding mogelijk maken. Typisch gebande vuurstenen als deze komen vooral voor op het eiland Falster in Zuid-Denemarken.

 


 

Drentse vuurstenen zijn van noordelijke herkomst. Ze komen

voornamelijk uit het zuidelijke Oostzeegebied, tussen Zweden en

Noord-Duitsland. Ook uit Denemarken zijn heel wat vuursteenknollen

bij ons terecht gekomen. De krijtafzettingen in die landstreken zijn in de

voorlaatste Saale-ijstijd op grote schaal door het landijs geërodeerd.

Het zachte krijtgesteente werd vermalen, lostte deels ook op,

de harde, chemisch zeer resistente vuurstenen bleven over.

 

 

Vuursteen is rijk aan fossielen. Het is beslist de moeite waard

om vuuurstenen op te rapen en deze van alle kanten te bekijken. Fossielen 

vormen zwakke plekken in het gesteente, waarlangs het gesteente

makkelijk splijt. Zeeëgels vormen de belangrijkste groep fossielen.

Ook komen vrij talrijk afdrukken  en steenkernen voor van mollusken

en brachiopoden. Klein, maar in enorme aantallen aanwezig, zijn

de minuscule witachtige takjes van bryozoën. Op sommige

vuursteenoppervlakken zijn ze bij honderden aanwezig, soms heel

fraai uitgeprepareerd. Hoewel specialistenwerk, kunnen met enige

moeite talrijke soorten onderscheiden worden.
 

 

 

Bryozoenvuursteen_-_Niebert_GrJPG Rode_bryozonvuursteen_-_Norg Bryozonvuursteen_-_Norg
Hoewel veel vuursteen uit de Krijt-periode dateert, zijn met name bryozoënvuurstenen afkomstig uit Vroeg-Tertiaire (=Danien) afzettingen. De kleine takjes waaruit de struikvormige kolonies van mosdiertjes waren samengesteld zijn in deze vuursteen bijzonder goed te zien. Bryozoënvuursteen is wel een van de meest gevonden soorten vuursteen. Ze zijn voornamelijk afkomstig uit de zuidelijke Oostzee en Denemarken. De fraai rode kleur is veroorzaakt door ijzerverbindingen (hematiet). Troebel witte, ondoorzichtige vuursteen noemt men wel hoornsteen vanwege de gelijkenis met het witte botmateriaal van hoornpitten en geweien. Hoornsteenachtige vuursteen bevat vaak afdrukken van bryozoën en soms ook van octokoralen..

 


 

Vuursteen is er in soorten, ook als zwerfsteen, maar een specifieke herkomst

in Zuid-Scandinavië is er meestal niet aan te koppelen. Typische

kenmerken om als gidsgesteente te dienen ontbreken aan vuursteen, op een paar

uitzonderingen na. De wit gestippelde of gevlekte Hanaskogvuursteen

van Kristianstad in Zuid-Zweden kan als gidsgesteente dienen. Deze

vuursteensoort staat ook bekend als Kristianstadvuursteen. Ook de

opvallend gestreepte Falstervuursteen kan als gidsvuursteen dienen.

Deze is afkomstig van het eiland Falster in Zuidoost-Denemarken.

Tenslotte is ook de typisch rode vuursteen van Helgoland zo

karakteristiek, dat deze steensoort makkelijk te herkennen is. Jammer dat deze vuursteensoort als zwerfsteen

uiterst zeldzaam is. De meeste zwerfstenen van vuursteen zijn wel te benoemen naar type, bijvoorbeeld

bryozoënvuursteen, okergele vuursteen, groenomrande vuursteen enz. 

Hiervan ziet U hieronder een aantal voorbeelden.
 

 

 

Vuursteen_afdruk_van_een_mollusk_-_Zeijen_Drjpg Vuursteen_met_cidaris_-_Havelte Zeegel_in_vuursteen_-_Haddorf
Vuursteen bevat veel fossielen, meest in de vorm van afdrukken. Vaak komen we schelpafdrukken van brachiopoden en vooral van mollusken tegen. Deze geribbelde afdruk is van een oesterachtige (Inoceramus). De bekendste fossielen in vuursteen zijn wel zeeëgels. Niet alleen komen ze relatief veel voor, ook de vorm ervan en de structuur van de afdrukken spreken tot de verbeelding. In bovenstaande steen is de afdruk zichtbaar van een Cidaris, een regulaire zeeëgel. Zeeëgels behoren tot de opvallendste fossielen in vuursteen. Stekels, schildjes en complete steenkernen van deze ongewervelde dieren komen verhoudingsgewijs het meest voor. 

 

 

 

© 2010-heden Kijkeensomlaag.nl
Flag Counter