Groot en machtig

De Eridanos was Europa's grootste rivier ooit. Vandaar zijn bijnaam 'Europese Amazone'. Een tijdlang stroomde de Eridanos ook door het noorden van ons land. De oorsprong lag in Zweeds Lapland, in het uiterste noorden van Scandinavië, om ca. 2600 km verderop uit te monden aan de oostkust van Engeland.  Rijn, Wezer, Elbe, Oder en ook de Thames in Engeland waren lange tijd zijrivieren van de Eridanos. Aanvankelijk noemde men de rivier 'Baltische oerstroom'. Later veranderde men de naam in Eridanos, de Griekse aanduiding voor noordelijke rivier. In de oudheid was de kuststrook langs de Oostzee de plaats waarvandaan de Grieken barnsteen haalden. Zij zagen de zuidelijke Oostzee aan voor een brede rivier. Na een bestaan van tientallen miljoenen jaren werd Europa's machtigste rivier door opdringend Scandinavisch landijs, zo'n 700.000 jaar geleden 'vermoord'. 
 

 

 

 

 

 

De Eridanos ontstond in aanleg al vroeg in het Tertiair doordat het noorden van Scandinavië

door tektonische oorzaken begon te rijzen. Als gevolg hiervan nam de

erosie toe en transporteerde de rivier slib, zand en later ook grind. Deze verweringsproducten

waren in het Laat-Mesozoïcum en het Vroeg-Tertiair in een dik verweringsdek op de rotsondergrond in Zweden, Finland en aangrenzend Rusland afgezet ten gevolge van het warm/vochtige klimaat destijds. Gesteenten als graniet en gneis werden door het klimaat zo sterk chemisch aangetast, dat alleen de meest resistente gesteenten en bestanddelen als harde kwartsiet, kwartskiezels en kwarts overbleven. Deze verweringsproducten werden als zand en grind door de Eridanos

stroomafwaarts vervoerd, aanvankelijk naar de zuidelijke Oostzee, later

verder richting Noordzeebekken. Ook in het oosten en noorden van ons land heeft de Eridanos dikke pakketten grindhoudend, grofkorrelig

zand afgezet.

 

 

 

 

 

 

De tientallen meters dikke afzettingen van grindhoudend zand in de

ondergrond van Noord- en Oost-Nederland zijn eerder wel in verband gebracht

met de komst van het landijs in de voorlaatste ijstijd, zo’n 150.000 jaar

geleden. Men zag de afzettingen aan voor smeltwaterzanden die in een

brede zone (sandr) voor de rand van het landijs waren afgezet. Inmiddels

is gebleken dat de afzettingen van veel oudere datum zijn en dat ze zijn afgezet door

het rivierstelsel van de Eridanos.

 

 

 


 

 

De Eridanos was tijdens het Tertiair en het Pleistoceen de grootste rivier

die Europa in zijn recente geologische geschiedenis gekend heeft. Vandaar

dat men ook wel spreekt van de Europese Amazone. De oorsprong lag in

het noorden van Zweeds en/of Fins Lapland. De rivier werd bovenstrooms

gevoed door zijrivieren die grote delen van Noord-Rusland afwaterden, waarschijnlijk tot aan de Witte Zee aan toe. De

huidige Finse Golf markeert de plaats waar deze zich bij de hoofdstroom

voegden.



De oorspronkelijke bedding van de Eridanos is te herkennen aan de Botnische Golf, de Finse Golf en de Oostzee.

 



De Eridanos bereikte ca. 1 miljoen jaar geleden tijdens het Menapien (Vroeg-

Pleistoceen) zijn grootste omvang. De monding van de rivier lag toen

aan de Engelse oostkust, zo'n 2700 km verwijderd van zijn oorsprong.

De delta van de Eridanos besloeg in die tijd vrijwel de hele Noordzee en

de oostelijke randgebieden daarvan.
 

 

 

 

 

 

 

 

Barnsteen in de Eridanos

De voorloper van de Eridanos stroomde al tijdens het Oligoceen, (-40

milj.j.) door het gebied waar zich nu de Oostzee bevindt. Met het zand dat

de rivier vervoerde werd in de zuidelijk Oostzee, ongeveer op de plaats

van de huidige Bocht van Danzig, een delta opgebouwd. Samen met het

zand voerde de rivier veel barnsteen mee. De afzetting die daaruit

gevormd werd staat bekend als blauwe aarde, hoewel de eigenlijke kleur

van de kleihoudende zandlaag door de aanwezigheid van glaukoniet

eerder grijsgroen is dan blauw. De barnsteenhoudende laag wordt

momenteel in de Russische exclave Kaliningrad aan de Oostzee op grote

schaal geëxploiteerd. De hoeveelheid barnsteen is enorm. Iedere kubieke meter blauwe aarde bevat gemiddeld 2 kg barnsteen! Het is daarmee wereldwijd veruit de belangrijkste winplaats van barnsteen.

 

 

   
Jantarnii_blauwe_aarde
De 'Blauwe aarde' wordt op hopen gezet en vervolgens met waterkanonnen tot modder gespoten.  De onstane slurrie met barnsteen wordt weggepompt en elders gezeefd. Luchtfoto van de grote barnsteengroeve bij Jantarnii in Kaliningrad, het voormalige Palmnicken in Samland (Oost-Pruissen)

 

 

 


 



 

Het barnsteen is door erosie uit de oorspronkelijke Vroeg-Tertiaire

bosbodems in Scandinavië en Rusland gespoeld en door beken en rivieren

stroomafwaarts getransporteerd. Barnsteen is zeer licht waardoor het

uiteindelijk onder rustige omstandigheden in de zuidelijke Oostzee in

een deltaïsch zeemilieu is afgezet.


 

Bocht_van_Danzig
  De afzetting met barnsteenhoudende blauwe aarde bevindt zich in het gebied dat door pijlen is aangegeven. Alleen bij Jantarnii is de winning momenteel economisch haalbaar. Elders, zoals bij Chlapowo, ligt de laag (nog) te diep.

 

  

 

Het vrijkomen van het barnsteen is waarschijnlijk in de hand gewerkt

doordat het noorden van Scandinavië gedurende het Tertiair langzaam

omhoog is gekomen. Als gevolg hiervan nam het verval toe en daarmee

ook de erosie. Toename van de hoeveelheid neerslag zal er toe hebben

bijgedragen dat de waterafvoer van de Eridanos groter werd. De sediment-

belasting nam toe doordat steeds meer erosiemateriaal beschikbaar kwam.

Dit werd stroomafwaarts gevoerd en in het zuidelijke Oostzeegebied

in een zich in westelijke richting uitbreidende delta afgezet.

 

 

 

 

 

   
Barnsteen_met_vloeilijnen
  Bruin geoxideerd barnsteen met fossiele vloeilijnen uit de tijd dat het als hars nog taai vloeibaar was.
Barnsteen_Noordbroek Barnsteen_4
Gele bastaardbarnsteen met geoxideerde korst - Zwerfsteen van Noordbroek (Gr.). Geel gewolkt barnsteen. Dit type barnsteen dankt zijn gele kleur aan miljoenen kleine luchtbelletjes. Dit type noemt men 'gele bastaard'.

 

 

up Terug.

 

 

 

 

De Laat-Tertiaire en Vroeg-Pleistocene Eridanos

De toevoer van sediment was de oorzaak dat de delta van de Eridanos

zich gestaag uitbreidde en wel zo dat de monding van de rivier in het 

Plioceen in het gebied van de Duits/Deense Noordzee lag. Op het Duitse

eiland Sylt en westelijk daarvan voor de kust zijn grove grindhoudende

afzettingen van de Eridanos in de ondiepe ondergrond aanwezig.

 

 

In de loop van het Mioceen en versterkt in het Plioceen begon het klimaat merkbaar af te koelen. De eerste koude-

perioden kondigden zich aan. Door het grotere aanbod van sneeuw-

en ijssmeltwater stroomopwaarts in Scandinavië nam het waterdebiet van

de rivier aanmerkelijk toe. Als gevolg hiervan bouwde de rivier zijn delta 

verder in westelijke richting tot in het Noordzeegebied uit. Ook het noorden

van ons land kreeg te maken met afzettingen van de Eridanos.

 

   

 

 

In het Vroeg-Pleistoceen werd in Noord-Nederland een tientallen meters

dik pakket zand afgezet. De afzetting bestaat vrijwel uitsluitend uit grove

kwartszanden. Grind is weinig aanwezig. Waarschijnlijk was de

stroomsnelheid daarvoor te gering. Het zand is door zijn opvallend witte

kleur makkelijk te herkennen. Het grind vormt dunne snoeren in het zand.

Het bestaat voornamelijk uit grijs-wit kwartsgrind met daaronder zwaar,

blauw-zwart, paars-blauw tot blauw-grijs gekleurde Ordovicische kalk-

steentjes en fossielen. Deze Vroeg-Pleistocene zandlagen in ons land rekent men tot

de Formatie van Peize.

 

 

   


 

 

Verdieping

Lithostratigrafie en de Formatie van Peize

In de geologie is het gebruikelijk om de fysieke eigenschappen van sedimentlagen te beschrijven.

Dit noemt men lithostratigrafie. Om de laagopeenvolging en wisselingen daarin lithostratigrafisch

inzichtelijk te maken, onderscheidt men eenheden, die vaak weer uit een groep, een formatie, een

laagpakket of een afzonderlijke laag kunnen bestaan. Behalve ouderdom zijn kenmerken als

soort gesteente (zand, klei, veen), kleur, dikte, verweringsvorm, de mineraal- of fossielinhoud, maar

ook de onder- en bovengrens van belang. De lithostratigrafische eenheden zijn door herkenbare

laagbegrenzingen van elkaar gescheiden.

 

De Formatie van Peize is een lithostratigrafische eenheid die voornamelijk beperkt is tot

Noord-Nederland en het aangrenzende gedeelte van de Noordzee. De formatie is ook aanwezig

in het Duitse Emsland en Ostfriesland. Recentelijk is het totale sedimentpakket uit de Formatie

van Peize opnieuw gedefiniëerd. De eenheid omvat nu een groot deel van de vroegere Formaties

van Scheemda( Plioceen), Harderwijk en het onderste deel van de Formatie van Enschede.


 

Op enkele plaatsen in de provincie Groningen wordt de

Formatie van Peize in diepe zandzuigerijen aangesneden. Het zand

heeft een opvallend witte kleur. Vaak is er enig grind in aanwezig, dat

voornamelijk uit sterk afgerolde witte kwartsen en dito

kwartsieten bestaat. Witte gangkwarts ontbreekt vrijwel geheel, in tegenstelling

tot de iets jongere kwartszanden uit de Formatie van Appelscha.
 

 

 

 

   
Vroeg-Pleistoceen grind met bruinkoolhout - Zuidlaren

Kwartsgrind met veel bruinkoolstukken - Zuidlaren (Dr.).

 

In de Formatie van Peize komen modderafzettingen voor met veel zwartbruine afgeronde stukken hout en bruinkool. De afronding is een aanwijzing dat het om verspoeld materiaal gaat. Tussen de bruinkoolprut komen sterk afgeronde, samengeperste stukken Tertiair bruinkool voor. Sommige daarvan bevatten kleine stukjes barnsteen. Dit betreft geen verspoeld Baltisch barnsteen, maar is afkomstig uit Oligocene en Miocene bruinkoolafzettingen uit het oosten van Duitsland.

 
   

 

 

 

 

Hogerop in de Formatie van Peize komen klei- en modderafzettingen

voor die behalve verspoeld barnsteen bijzonder veel, meest sterk afgerolde stukken zwart en zwartbruin

bruinkoolhout en bruinkool bevatten. Het zwart-bruine, meest sterk

samengeperste subfossiele hout en bruinkool is voornamelijk verspoeld

materiaal van vermoedelijk Tiglien ouderdom. Opvallend is de bijmenging

van sterk afgerolde stukken zwarte, compacte bruinkool uit Miocene en

wellicht ook Oligocene bruinkoolafzettingen in het oosten van Duitsland.

In Zuidlaren (Dr.) en vooral in Noordbroek (Gr.) is de aanwezigheid van Tertiaire 'rolstenen' van bruinkool

overtuigend aangetoond. Sommige ervan bevatten zelfs zeer kleine partikeltjes barnsteen. Dit bruinkool zal door voorlopers van de Elbe uit bruinkoolgebieden in het oosten van Duitsland zijn aangevoerd. 

 

 

Hierboven werd aangestipt dat in het kwartsgrind sterk verkiezelde fossielen

voorkomen, die meestal door riviertransport sterk afgesleten zijn. Veel verkiezelingen, vooral

die van (tabulate) koralen, zijn fragmenten van grotere kolonies. Ze bestaan aan de buitenzijde uit grijs, grijsblauw tot zwart gekleurde chalcedoon. Meer naar binnen gaat de verkiezeling, heel karakteristiek, over in een grofkristallijne glazige of witte kristallijne 

kwartsmassa. In de zwerfsteengeologie staan deze fossielen bekend als

lavendelblauwe verkiezelingen. Ze zijn te beschouwen als residuair verkiezeld

materiaal, afkomstig uit Ordovicische kalksteenlagen in het Zweeds/Fins/Russische gebied, die

tijdens het Laat-Krijt maar vooral in het Tertiair door chemische verwering en

oplossing zijn verdwenen.

 

 

De zandige afzettingen uit de Formatie van Peize met helemaal bovenin iets

jongere zandafzettingen die eerder tot de Formatie van Appelscha gerekend werden en ook die uit de Formatie van Urk vormen al tientallen jaren achtereen een

belangrijke bron van allerlei kwaliteiten industriezand. Deze zandafzettingen

exploiteert men in Noord-Nederland voornamelijk ‘nat’, in zandzuigerijen. Bijzonder is dat de afzettingen met grof rivierzand bijzonder zuiver zijn. Het kwartszand van de Eridanos en zijn zijrivieren bevat doorgaans zeer weinig verontreinigingen. 

In de provincies Groningen en Drenthe zijn deze zanden

dan ook een belangrijke bron van drinkwater. De zuiverheid van het water is zo groot dat het bij Annen, oostelijk van de Hondsrug als mineraalwater gewonnen en verkocht wordt.


 

Kwartszand_Formatie_van_Peize_-_Noordbroek
  Fijn grind uit de Vroeg-Pleistocene Formatie van Peize - Alteveer (Gr.).
   
Zand_Formatie_van_Peize Uppsalagraniet
Zand uit de Formatie van Peize bevat veel blauwachtige zandkorrels - Noordbroek (Gr.). Detail van Uppsalagraniet. Karakteristiek voor deze graniet is blauwe kwarts - Zwerfsteen van Een-West bij Norg (Dr.).

 

 

 

De zuiverheid van deze kwartszanden heeft nog een ander voordeel. Zowel in Alteveer (Zandwinning Het Noorden) als in het Oostgroningse Sellingen (Zandbedrijf Kremer) wint men het zand van de Eridanos ook voor doeleinden die niet direct voor de hand liggen. Het gewonnen zand wordt gespoeld en daarna gedroogd. In verschillende fracties gezeefd worden zand en fijngrind als filter- en laboratoriumzand over de hele wereld geëxporteerd. Het wordt o.m gebruikt bij de oliewinning in landen in Afrika en Brazilië. 

 

Kenmerkend voor het zand uit de Formatie van Peize zijn de talrijke

glanzend afgeronde lichtblauwe kwartskorrels. Ze wijzen op een

herkomst uit Scandinavië. Vooral in Zweden en Finland komen talrijke granieten voor

met (licht)blauwe kwarts. Voor een aantal gidsgranieten uit de provincie

Småland en Uppland in Zweden is de blauwe kleur van de kwarts zelfs

kenmerkend (Flivikgraniet, Vanevikgraniet, Barnarpgraniet en Uppsalagraniet). Ook een aantal rapakivi-

granieten, vooral die uit het rapakivigebieden van Laitila en Kökar in

Zuidwest-Finland, bevatten soms prachtig blauwe kwartseerstelingen tot 1,5 cm groot.

 

 

 

Blauwkwarts_in_Kkar-_rapakivigraniet Flivikgraniet
Eersteling van blauwe kwarts in een porfierische rapakivigraniet van Kökar - Zwerfsteen van Haren (Gr.). Flivikgraniet uit de Zuidzweedse provincie Smaland bezit blauwe kwartsen - Zwerfsteen van Nijbeets (Fr.).

 

 

 

Gedurende zijn bestaan en dan met name op het eind van het Tertiair en in het Vroeg-Pleistoceen heeft de Eridanos een enorme hoeveelheid sediment in het zuidelijke Oostzeegebied, in Denemarken, Noord-Duitsland, Noord-Nederland en het Noordzeegebied afgezet.

Alleen al voor de Noordzee gaan schattingen in de richting van zo’n

62.000 km3! Voor het grootste deel is dit afkomstig van het verweringdek dat ooit op grote delen van Scandinavié en Noord-Rusland lag. Een geringer, maar toch ook nog een enorme hoeveelheid is door zijrivieren van de Eridanos uit Midden-Europa aangevoerd. Voorlopers van de Elbe (Saale) en Wezer tekenden hiervoor.

 

 

De laatste restanten van het ooit zo omvangrijke Scandinavische

verweringsdek zijn tijdens de opeenvolgende glacialen in het Vroeg-Pleistoceen

door de Eridanos opgeruimd. Hierdoor kwam vrijwel overal op het Baltisch Schild de

rotsachtige ondergrond te voorschijn. De achtereenvolgende glacialen hebben met hun ijskappen daarna vermoedelijk heel wat meters rotsbodem afgeschuurd en losgebroken. Voor de Eridanos zelf had de vorming van een landijskap grote gevolgen. Tijdens het

Menapien (-1,2 tot – 1,07 milj.j.) verdween deze machtige rivier door het

oprukkende landijs voorgoed van de kaart. De kou in het Menapien ging gepaard met een vermoedelijk grote landijsuitbreiding. Het ijs nam bezit van de brede bedding van de Eridanos, die een natuurlijke laagte in het landschap vormde en schoof hierin zuidwaarts. Hwet heeft er alle schijn van dat het landijs zo ver naar het zuiden opschoof dat het wellicht tot vlakbij ons land heeft gereikt. In afzettingen uit het Menapien komen in Noord-Nederland talrijke gebleekte en vaak ook uitgeloogde zwerfstenen voor. Jaren achtereen boden de keienstorten in de zuigerij van Vos en Zeldenrust

bij Ellertshaar een goede gelegenheid hierin te verzamelen. Uit de aanwezigheid van met name bepaalde granofierische en ignimbrietische rapakivizwerfstenen meende wijlen J.J.Zandstra, dat deze een aanwijzing vormden voor Menapien-ouderdom. De gebleekte

zwerfstenen tonen weinig sporen van afronding door smeltwatertransport. De zwerfstenen zouden wellicht ingevroren in drijvend grondijs door smeltwaterstromen in Midden-Drenthe zijn vervoerd. Illustratief is de vondst bij Ellertshaar van een groot kwetsbaar

stuk barnsteen, dat ook gletsjerkrassen toont.
 

 

 

Rodeoostzeeporfier eutaxitisch - Ellertshaar Dr
Rodeoostzeeporfier, gebleekt eutaxitisch type - Ellertshaar (Dr.).

 

 

 

Het zwerfsteengezelschap op de keienstorten van Ellertshaar en ook elders in

Oost-Drenthe en Groningen bestond uit een menging van oostelijke, uit Duitse

middelgebergten afkomstige stenen en Scandinavisch materiaal. Onder deze

laatste categorie kwamen veel rapakivi's voor vergezeld van talrijke Rodeoostzee-

porfieren. Opvallend was het relatief hoge percentage typen met een eutaxitische

(lees ignimbritische) structuur. Ook werden er regelmatig fraaie Noorse syenieten'

gevonden, waaronder rhombenporfieren, larvikieten, nordmarkieten en ekerieten.

Tussen het opgezogen materiaal kwamen echter geen kluiten keileem voor,

zodat de conclusie is dat de opgezogen zwerfstenen niet uit een grondmorene

afkomstig zijn, maar uit fluvioglaciale afzettingen. 

 

 

 

Eridanos_delta Formatie_van_Peize_-_Emmerschans
In het Vroeg-Pleistoceen maakte Noord-Nederland deel uit van de grote Eridanos-delta. Een aantal jaren terug was in de groeve bij Emmerschans heel fraai het fijnkorrelige, witte zand uit de Formatie van Peize zichtbaar (onderste afzetting). Daarbovenop, gescheiden door de bruine lijn ligt Pleistoceen grindhoudend zand uit de Formatie van Urk.

 

 

De oorspronkelijke bedding van de Eridanos en zijn zijrivieren werden in de loop

van het Pleistoceen door opeenvolgende landijsuitbreidingen steeds verder

uitgeruimd. Toch zijn de contouren van de rivier nog op de landkaart te herkennen.

Als we kijken naar de verloop van de Botnische Golf en in het verlengde

daarvan de Oostzee met zijn merkwaardige ombuiging naar het westen, dan is

het niet moeilijk daarin de loop van een rivier te herkennen, met daarbij de Finse

Golf en de Golf van Riga als samenvloeiingspunten van zijrivieren.

 

 

 

 

 

Eridanos_bedding

 

 

up Terug.

 

 

 

De invloed van Oer-Elbe en Oer-Wezer

Zandig verweringsmateriaal werd in het Vroeg-Pleistoceen ook uit anderen delen

van Europa aangevoerd. Uit het midden en het oosten van Duitsland kwam

eveneens bijzonder veel verweringspuin in onze streken terecht. Tienduizenden

jaren achtereen maakten voorlopers van rivieren als de Elbe/Saale en de Wezer

deel uit van het oude stroomstelsel van de Eridanos. De sedimenten die deze

rivieren achter lieten rekent men tot de Formatie van Appelscha. Het grind hierin

is door zijn meer gevarieerde samenstelling veel bonter van kleur dan in de

Formatie van Peize.

 

 

 

 

Terzijde

Barnsteen en bruinkool in de bodem van Noordoost-Nederland

Het is niet onmogelijk dat de invloed van Duitse rivieren al veel langer aanwezig is en

zich uitstrekt tot in de Formatie van Peize. Opvallend is de aanwezigheid van veel

vezelige, halftransparante witte kwartsieten in het opgezogen grind. Ze zijn goed van

de eveneens veel voorkomende witte en grijze magmatische en gangkwartsen te

onderscheiden. Het is bekend dat deze kwartsieten veel voorkomen in grind van oostelijke

herkomst, o.m. bij Helmstedt, maar ook in het Tsjechische Bohemen, afkomstig uit de

middelgebergten in die regio’s.

 

 

In de Formatie van Peize komen één of meer niveau’s voor met klei- en modderafzettingen

met daarin bijzonder veel verspoelde bruinkool- en houtresten. De afronding van de stukken

maakt duidelijk dat ze door rivierwater getransporteerd zijn. Deze opgezogen bruinzwarte

tot zwarte hout- en bruinkoolstukken gaan regelmatig vergezeld van barnsteen, soms in

relatief grote hoeveelheden.Tussen de houtresten komen sterk afgerolde en ook

samengeperste rolstenen voor van zwart bruinkool. In sommige daarvan worden kleine

partikels barnsteen aangetroffen. Het is zeer waarschijnlijk dat we hier te maken hebben

met verspoelde fragmenten uit Oligocene en Miocene bruinkoolafzettingen en dito zanden

uit het oosten van Duitsland.

 

 

Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw is bekend dat sommige afzettingen van Tertiair

bruinkoolzand grote hoeveelheden verspoeld barnsteen bevatten. Deze zanden zijn van

mariene oorsprong en zijn tussen de opeenvolgende bruinkoollagen ingeschakeld?. Vanaf

1975 is door de toenmalige DDR-regering besloten de barnsteen bij Bitterfeld, in de buurt

van Leipzig, industriëel te gaan winnen. De geschatte voorraden bedragen vele tienduizenden

kilo’s.

 

 

Na de ‘Wende’ heeft men in 1992 de winning van barnsteen stopgezet. Het was niet langer

rendabel. Vervolgens heeft men de enorm uitgestrekte bruinkoolgroeve Goitsche bij Bitterfeld

vol water laten lopen. Het is veranderd in een recreatie- en natuurgebied met in de ondergrond

nog steeds een zeer grote schat aan barnsteen.

 

 

Uit onderzoek bleek dat het barnsteen van Bitterfeld verspoeld Baltisch barnsteen is,

afkomstig uit de zuidelijke Oostzee, in feite dus hetzelfde materiaal dat momenteel in

de Russische exclave Kaliningrad op grote schaal gewonnen wordt.

 

 

In het warmvochtige Tertiair heeft zich in Duitsland op de middelgebergten een dik

verweringdek gevormd, dat door de sterke chemische verwering vrijwel uitsluitend uit

kwartsbestanddelen heeft bestaan. Het is niet onmogelijk dat vroege voorlopers van Duitse

rivieren als Saale en Elbe dit verweringsmateriaal in het stroomstelsel van de Eridanos

hebben getransporteerd, waar het vermengd werd met het uiterst kwartrijke zand en grind

dat die rivier uit Scandinavië zuidwaarts transporteerde.

 

De klei- en modderafzettingen in de Formatie van Peize dateren uit het Tiglien. Vermoedelijk

is in die tijd door het kalme stroomregiem van de Eridanos en zijn zijrivieren naast veel slib

ook veel hout, bruinkool en barnsteen uit het oosten van Duitsland naar ons land

getransporteerd. De lage soortelijke massa van het plantaardige materiaal staat zo’n lang

transport niet in de weg.

 

 

In ieder geval zijn in het Laat-Tertiair en in het Vroeg-Pleistoceen in het oosten van Duitsland

bruinkoolafzettingen, maar ook mariene bruinkoolzanden door rivierwater geërodeerd, waarbij

de erosieproducten voor een deel in ons land zijn terecht gekomen. Dat hierbij ook ‘Bitterfelder

barnsteen’ mee kwam hoeft ons niet te verbazen.

De talrijke barnsteenvondsten in Noord-Nederland zijn weliswaar van Baltische oorsprong, maar

ze zouden wel eens na een lange omweg, via het oosten van Duitsland in ons land zijn terecht

gekomen.
 

 

 

 

Staringh

 

 

 

 

De eerste Nederlandse geoloog W.C.H.Staring merkte de Duitse herkomst al op

van verschillende steensoorten in het oostelijke grind, toen hij in 1858 schreef:

Op de Overijsselsche en Veluwsche heuvels eindelijk, vindt men volmaakt

dezelfde versteende schelpen en dezelfde steensoorten, die in de Mindensche

gebergten voorkomen en deze tezamenstellen, waarin dus de toevoer van grind

en keijen uit het oosten niet te miskennen is”.

 

 

Grind uit de Formatie van Appelscha - Ellertshaar

Het uitgezeefde grind uit de Formatie van Appelscha is gevarieerder en ook kleuriger dan het kwartsgrind uit de Formatie van Peize. Te herkennen zijn zandstenen, waaronder veel bontzandstenen, radiolarieten, lydieten en porfiertjes uit het Thüringerwoud. Grind van Ellertsdhaar (Dr.).

 

 

Met de steensoorten uit de Mindense gebergten zal Staring destijds de talrijke

grijs-witte en roodachtige zandstenen en fragmenten van Jura-ammonieten en

Krijtsponzen bedoeld hebben. Veruit de belangrijkste grindcomponent in de

Formatie van Appelscha wordt echter gevormd door witte kwarts. Dit bepaalt de

overwegend lichte tint van het grind. Naast veel melkkwartsen die vaak uit dichte

halftransparante kwartsieten blijken te bestaan, komen ook veel witte gangkwartsen

voor. Deze laatste zijn afkomstig uit paleozoïsche gesteenten uit Duitse

Middelgebergten en wellicht ook nog uit Polen en Tsjechië. Aangezien het

onderscheid tussen beide kwartstypen niet altijd te maken is, duidt men ze

doorgaans aan als witte kwarts.

 

 

 

Grind_uit_Formatie_van_Appelscha_-_Zuidlaren

Grindhoudend zand uit de Formatie van Appelscha (Emmerschans) met witte kwartsen en radiolariet.

 

 

 

Veel voorkomende steensoorten in het grind  zijn de zeer variabele pastelkleurige

vulkanische porfiertjes (paleorhyolieten) uit Saksen-Anhalt, Saksen en vooral uit

het Thüringerwoud. Grindsteentjes van kiezelige grijs-groene radiolariet, zwarte

lydiet en de opvallend horizontaal gestreepte ignimbritische porfiertjes zijn zeer

waarschijnlijk uit Saksen en het Ertsgebergte aangevoerd. Maar er zijn meer

steensoorten te vinden, kiezeloölieten bijvoorbeeld en allerlei soorten zandsteen,

conglomeraat, cementkwartsiet, kleine agaatjes en paarse kiezelsteentjes

van amethist.

 

 

 

Gangkwarts_-_Ellertshaar Kwartsiet_-_Ellertshaar Kwartsiet_2_-_Ellertshaar
Gangkwarts met kwartskristallen. Witte kwarts (= kwartsiet, metamorf). Witte kwarts (=kwartsiet, diagenetisch type).
Amethist_-_Ellertshaar Kiezeloliet_-_Ellertshaar Bontzandsteen_met_opgevulde_krimpscheuren_-_Ellertshaar
Zwakpaars gekleurde amethist (kwarts). Kiezeloöliet. Bontzandsteen met krimpscheurenpatroon.
Radiolariet_-_Ellertshaar Radiolariet_met_oxidatievlekjes_-_Ellertshaar Lydietbreccie_-_Ellertshaar
Radiolariet. Radiolariet met oxidatievlekjes. Lydietbreccie.
Conglomeraat_Bohemen Thringerwouporfier_3_-_Ellertshaar Thringerwoudporfier_-_Walchum
Cementconglomeraat. Herkomst: Bohemen, Tsjechië. Thüringerwoudporfier, normaal rhyolietisch type. Thüringerwoudporfier, rhyolietisch type met grote eerstelingen.
Thringerwoudporfier_2_-_Ellertshaar Thringerwoudporfier_ignimbritisch_type_-_Ellertshaar Sferolietporfier_-_Ellertshaar
Paleorhyoliet, ignimbritisch type. Dit type en die van hiernaast komen waarschijnlijk uit Saksen. Palaeorhyoliet, ignimbritisch type. Thüringerwoud sferolietporfier.

 

 

up Terug.

 

 

 

Heel bijzonder zijn vondsten van cementconglomeraat, een keihard geelwit

gesteente dat voor een belangrijk deel uit rolstenen van witte halftransparante

kwarts bestaat, soms vergezeld van zwarte lydiet en ook verkiezeld hout.

Het bindmiddel, de matrix, bestaat uit een dicht kiezelig kwartszandmengsel

dat onder de loep gelijkenis vertoont met voegencement. Het gesteente is

alleen bekend uit Bohemen in Tsjechië.

Conglomeratische cementkwartsiet - Ellertshaar
Heel bijzonder zijn de sporadische vondsten van conglomeratische cementkwartsieten. De rolstenen bestaan vrijhwel uitsluitend uit witte kwartsen. Soms komt ook verkiezeld hout voor en zwarte lydiet. De herkomst van het gesteente moet gezocht worden in Bohemen in Tsjechië.

 

 

 

 

Lavendelblauw verkiezelde fossielen

Hoe interessant deze grindsteensoorten ook mogen zijn, de meeste aandacht

van amateurgeologen gaat uit naar de verkiezelde fossielen die in relatief

grote aantallen in deze Vroeg- Pleistocene zanden te vinden zijn. Het bekendst

zijn de Ordovicische sponzen met als voornaamste vertegenwoordigers

Aulocopium en Astylospongia. Minder opvallend maar zeker niet minder

gevarieerd zijn de verkiezelde fragmenten van tabulate koralen. De belangrijkste

en meest gevonden soorten hiervan worden samengesteld door favosieten en

heliolieten. Hoewel veruit de meeste van Ordovicische ouderdom zijn, komen

in vrijwel iedere verzameling soorten voor van Vroeg- Silurische (Llandovery)

tabulaten zoals Heliolites interstinctus.
 

 

 

Lavendelblauwe verkiezeling - Noordbroek

Lavendelblauwe verkiezeling - zwerfsteen van Noordbroek (Gr.).

 

Het betreft een fossielrijke verkiezelde kalksteen van Ordovicische ouderdom met rugose en tabulate koralen, stromatoporen en resten van trilobieten.

 

 

Onderzoek aan de paleozoïsche sponzenfauna in de Pleistocene zanden werpt

langzamerhand steeds meer licht op de oorsprongsgebieden van het fossiele

materiaal. Vaak wordt aangenomen dat het herkomstgebied van de

lavendelblauwe verkiezelingen in de noordoostelijke Oostzee gezocht moet

worden, immers daar komen op uitgebreide schaal nog afzettingen uit het

Ordovicium voor. Ook de Botnische Golf komt hierbij in beeld. Toch komt de

fossiele fauna in de afzettingen daar niet overeen met de soortensamenstelling

in onze Pleistocene zanden. Die is erg afwijkend. 

 

 

Uit studies aan verschillende sponzencollecties van particulieren en musea in

Scandinavië en de Baltische staten komt langzamerhand een beeld naar voren

waarbij het herkomstgebied van de lavendelblauwe verkiezelingen verder in

noordoostelijke richting moet worden gezocht, zo tussen het Russische

St.Petersburg en de Witte Zee. Het laatste woord is hierover zeker nog niet

gezegd.

 

 

 

Aulocopium_aurantium__-_WerpelohDldJPG Carpomanon_sp Carpospongia_globosa_-_Noordbroek_GrJPG
Spons (Aulocopium aurantium). Spons (Astylomanon praemorsa). Spons (Carpospongia globosa), doorsnede.
     
Hindia Syltrochus Rugose_koraal
Spons (Hindia fibrosa). Spons (Syltrochus ingemariae). Bovenzijde solitaire rugose koraal.
Paleofavosites Paleofavosites_overlangs Saffordephyllum_sp._-_Noordbroek
Paleofavosites sp. Onderzijde kolonie. Een favosiet (Paleofavosites sp.). Overlangse doorsnede. Ook een favosiet (Saffordephyllum sp.).
Propora_conferta_-_Ellertshaar Sarcinula_luhai Stromatopoor
Een helioliet (Propora conferta). Raderkoraal (Sarcinula luhai). Stromatoporoïde spons (Clathrodictyon sp.).

 

 

 

 

 

 

 

 
© 2010-heden Kijkeensomlaag.nl
Flag Counter